Aan de nieuwe coalitie: maak van Rotterdam geen decor
In dit artikel:
Herman Hell, horecaondernemer in Rotterdam en eigenaar van onder andere Café van Zanten, NRC, Grace, Sijf en De Nieuwe Machinist, waarschuwt dat de binnenstad van Rotterdam nog volop in ontwikkeling is en dat beleid de broze levendigheid kan uitblazen. Waar andere Nederlandse steden eeuwen hadden om wonen, werken en verblijven te mengen, moest Rotterdam die mix na het bombardement opnieuw creëren. Pas de afgelopen twintig jaar is er meer beweging gekomen — meer bewoners, horeca en winkels — maar die dynamiek is nog kwetsbaar en zeker niet vanzelfsprekend.
Hell betoogt dat een stad vooral leeft van mensen die er moeiteloos naartoe gaan: stadsgenoten en regiobezoekers die “even” langskomen voor boodschappen, afspraken of een avondje uit. Het probleem is dat plannen voor een autoluwe binnenstad, hoe aantrekkelijk ook gepresenteerd met beloftes van schonere lucht en meer rust, het basale mechanisme ondermijnen: bereikbaarheid. Minder gemakkelijke toegang leidt volgens hem direct tot minder bezoekers, dus minder bedrijvigheid, leegstand en winkelwisselingen — vooral zichtbaar op doordeweekse dagen en tijdens de koopavond die al aan betekenis heeft ingeboet.
De kern van Hells pleidooi is dat levendigheid niet kan worden vastgelegd met ontwerp alleen; je kunt die alleen mogelijk maken. Dat begint met het wegnemen van drempels waardoor mensen moeten rekenen of omrijden om de stad in te gaan. Als de binnenstad verandert in een plek die vooral in het weekend druk is, wordt het een decor voor evenementen in plaats van een dagelijks bruikbare stad.
Kortom: Rotterdam is nog niet “af” en heeft beleid nodig dat bereikbaarheid en het gebruik door bewoners en regiobezoekers vooropstelt, in plaats van maatregelen die onbedoeld de al fragiele dagelijkse levendigheid verder aantasten.