Adriane (67) knapt oude parlevinker op: 'Ik ben de jongste en lenigste van het stel'

maandag, 11 mei 2026 (21:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Adriane van der Sman (67) ruilt sinds haar pensioen één dag per week haar huis voor het Paviljoen van het Maritiem Museum Rotterdam, waar ze meewerkt aan de restauratie van een bijzondere vondst: de Waterwinkel, een stalen parlevinkersvlet die anders gesloopt zou zijn. Het vaartuig, bedoeld als drijvende winkel voor varende bemanningen, is uit het water gehaald en ligt nu in de overdekte werkplaats waar een klein team het schip opknapt zodat het later bij presentaties gebruikt kan worden.

De Waterwinkel is 7,55 meter lang, 2,3 meter breed en aangedreven door één schroef met een 10 pk-verbrandingsmotor. Tussen 1933 en 1970 voer het als parlevinker op de Andelse Maas; oorspronkelijke eigenaar was Thijs van der Linden uit Poederoijen. Het schip heeft eerder in het bezit van het Zuiderzeemuseum geweest en is nu eigendom van het Maritiem Museum Rotterdam.

Restauratiewerk is grotendeels handwerk: het schip is leeggehaald, ontvet en het motorblok is eruit gehesen voor revisie. De stalen romp met spanten is zichtbaar nadat de houten opbouw is gesloopt; sommige onderdelen zijn bewaard om nauwkeurig te reproduceren. Volgende stappen zijn het aanbrengen van primer tegen roest, het leggen van een nieuwe vloer en het herbouwen van de houten opbouw met het karakteristieke zinken dak en de groen-wit geblokte rand waarmee parlevinkers herkenbaar waren.

Parlevinkers waren mobiele kruideniers aan boord: in schappen lagen melk, aardappelen, groenten, werkhandschoenen en andere benodigdheden; achter de deur met gaas bewaarden ze etenswaren tegen vliegen. Deze varende winkels bespaarden schippers tijd en geld doordat ze niet aan wal hoefden voor dagelijkse inkopen. Tussen 1850 en 1950 voer Nederland honderden parlevinkers; de laatste bekende dienst stopte in 2008.

Adriane, die eerder aan scheepsrestauratieprojecten als De Delft en de Zeemeeuw werkte en zelf een houten zeilboot heeft, is de enige vrouw in het team en merkt dat het werk vaak improvisatie en veel meten vergt omdat er geen originele tekeningen bestaan. Elk onderdeel wordt opgemeten en nagemaakt, wat het proces vertraagt; vrijwilligers werken maar enkele uren per week en andere projecten krijgen soms voorrang. Zij benadrukt zorgvuldigheid en orde: "Ik wil dat het er piekfijn komt uit te zien."

Het team verwacht de restauratie volgende herfst af te ronden, zonder haast. Er ligt al een andere, grotere parlevinker in de buitenhaven die bezoekers kunnen zien tijdens evenementen zoals de Wereldhavendagen; de Waterwinkel moet het verhaal van de Nederlandse binnenvaart aanvullen en als rijdend erfgoed opnieuw herkenbaar maken.