Advocaten vinden strafeisen in Oekraïense sekswerkerszaak 'buiten proportie': 'Ze vroegen zelf: heb je werk voor mij?'
In dit artikel:
Twee Oekraïense broers staan voor de rechter in een zedenzaak rond jonge vluchtelingen die volgens het Openbaar Ministerie zijn uitgebuit in de prostitutie. Het gaat om vier meisjes en een jongen van 14 tot 17 jaar. Tegen de oudste broer eiste het OM woensdag tien jaar cel, tegen de jongste acht jaar. De zaak draait om gebeurtenissen in en rond de Oekraïnewijk Mrija in Vlaardingen, waar de oudste broer onder meer via een schoonmaakbedrijf en handel in vapes contact had met minderjarigen.
Volgens het OM werden de tieners eerst met schoonmaakwerk en geldverhalen gelokt, waarna daar sekswerk uit voortkwam: van verkochte onderbroeken en seksuele handelingen tot massages, “happy end”-diensten en webcamseks. De aanklagers zien de oudste broer als de bedenker en de jongere als zijn helper. De verdediging ontkent dat de jongeren onder dwang werden gezet en stelt dat zij zelf geld wilden verdienen en soms onderling bepaalden wie een klant mocht bedienen. De advocaten noemen de eis extreem hoog en spreken van sekswerk in een informele sfeer, al erkennen ze wel dat hun cliënten als pooier van minderjarigen hebben gefungeerd.
De broers zitten al ruim een jaar vast en zeggen diep geraakt te zijn door de eisen. Ze tonen spijt, maar vinden de straffen onevenredig zwaar. De rechtbank doet op 27 juli uitspraak.
Het Oranje Café: Chris Woerts over Sarina Wiegman als mogelijke bondscoach: 'Rare kronkel van linkse deugneuzen!'