Gevreesde geelpoothoornaar in opmars: 'Nest verwijderen kan 1500 euro kosten'
In dit artikel:
De geelpoothoornaar (de Aziatische hoornaar), die sinds 2017 in Nederland voorkomt, breidt zich steeds verder uit en wordt steeds vaker in stedelijk gebied gezien. Om te voorkomen dat de soort uitgroeit tot een echte plaag, nemen gemeenten zoals Rotterdam deel aan een proef met speciale vallen. Imkers (62 bij elkaar) hebben in de regio honderden, in totaal 750 vallen opgehangen op plekken waar eerder nesten werden gevonden; de provincie Zuid-Holland en de gemeente Den Haag financieren de proef.
De vallen zijn ongeveer zo groot als een grote colafles, gevuld met lokstof en met kleine zijgaatjes: bijen en andere vliegende insecten kunnen eruit, de geelpoothoornaar niet. Daardoor moet verspreiding worden beperkt en moeten nesten makkelijker opgespoord worden. Een hoornaar kan relatief ver van een waarneming zitten — een nest kan tot 1,5 km verderop liggen — dus waarnemingen alleen betekenen niet meteen gevaar, maar het opsporen en verwijderen van nesten blijft belangrijk.
De soort is een invasieve exoot zonder natuurlijke vijanden in Nederland en vreet veel bijen en andere insecten (soms tot honderden kilo’s voedsel per jaar per populatie), wat nadelige effecten op de insectenstand en ecosystemen kan hebben. Grote nesten vormen ook een risico voor mensen: veel steken kunnen gevaarlijk of zelfs dodelijk zijn. Verwijderen van een nest kan tot circa €1.500 kosten en als de populatie groeit kunnen de bestrijdingskosten in de toekomst flink oplopen. Of de vallen effectief zijn, moeten de lopende metingen en controles dit jaar uitwijzen; meer gemeenten doen inmiddels mee.