Baggeraar uit Sliedrecht werkt in bezet gebied: 'Mogelijk schending internationaal recht'
In dit artikel:
Het Sliedrechtse baggerschip Parana, eigendom van bedrijf De Boer, voert sinds enkele weken baggerwerkzaamheden uit bij de monding van de nieuwe Dakhla Atlantic Port in de Westelijke Sahara. De onderneming reageerde niet op vragen van de NOS over die klus. Scheepvaartdata van Marine Traffic tonen de aanwezigheid van het schip in het gebied.
De Westelijke Sahara wordt sinds 1975 grotendeels door Marokko bezet; het land controleert ongeveer twee derde van het gebied, inclusief de kust. Het gebied staat onder VN-toezicht en is onderwerp van een langdurig geschil tussen Marokko en de onafhankelijkheidsbeweging Polisario. Nederland neemt in dat conflict een neutrale positie in en erkent noch de Marokkaanse claim, noch die van Polisario.
Juridisch is de zaak ingewikkeld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland stelt dat economische activiteiten in het gebied niet per se verboden zijn, mits de opbrengsten ten goede komen aan de oorspronkelijke Sahrawi-bevolking. Het ministerie van Buitenlandse Zaken controleert alleen of een bedrijf aan die voorwaarde voldoet wanneer het bedrijf zelf om steun of exportkredietverzekeringen vraagt; het doet geen uitspraken over individuele firma’s.
Academici noemen deelname aan projecten in bezet gebied problematisch. Andrea Maria Pelliconi (Universiteit van Southampton) zegt dat landen en bedrijven een onwettige bezetting niet mogen ondersteunen. Marcel Brus (RUG) wijst op de nuance dat economische activiteiten toegestaan kunnen zijn als ze de lokale bevolking daadwerkelijk bevoordelen, maar waarschuwt dat meewerken aan een haven juridisch en moreel risico met zich meebrengt. Transparantie over wie profiteert ontbreekt, waardoor de werkzaamheden van de Parana zowel rechtskundige als ethische vragen oproepen.