Van Marwijk ziet Rotterdamse troef voor Oranje op het WK: 'Hij wil écht winnen'

vrijdag, 12 juni 2026 (10:37) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Bert van Marwijk, de oud-bondscoach die Nederland in 2010 naar de WK-finale leidde en in 2002 met Feyenoord de UEFA Cup won, volgt Oranje met belangstelling en heeft zowel voetbaltactische ideeën als zorgen over het aankomende wereldkampioenschap. In een gesprek op Radio Rijnmond (R-Uit!) pleit hij voor een onconventionele optie: Teun Koopmeiners als rechtsbuiten, vooral om Denzel Dumfries optimaal te benutten.

Van Marwijk ziet Dumfries als een van de sterkste troeven van het huidige elftal: de rechtsback bestrijkt de hele flank, levert assists, scoort zelf en geeft defensief weinig problemen. Met Koopmeiners op die flank zou Oranje volgens hem baat hebben bij iemand die naar binnen kan trekken, ruimte creëert voor Dumfries en tegelijk extra controle en scorend vermogen in het middenveld brengt. Als alternatief noemt hij een meer traditionele, diepe en snelle vleugelspeler zoals Crysensio Summerville, maar vermoedt dat bondscoach Ronald Koeman de Koopmeiners-variant in elk geval in overweging houdt.

Van Marwijk plaatst zijn adviezen in een bredere reflectie over toernooien: ze zijn vaak onvoorspelbaar en kunnen tijdens het verloop een eigen dynamiek krijgen — hij verwijst naar een anekdote van Willem van Hanegem over 1974 en naar zijn eigen ervaring met het Nederlandse elftal van 2010, dat aanvankelijk weinig kansrijk werd geacht maar uitgroeide tot finalist. Die veranderende beeldvorming maakt volgens hem duidelijk dat voorafgaande kritiek niet zelden weinig waarde heeft.

Tegelijk waarschuwt Van Marwijk voor praktische obstakels bij dit WK. Hij is vooral bezorgd over de grote afstanden tussen speelsteden en de daarmee gepaard gaande reistijden en tijdsverschillen. Als voormalig bondscoach van Australië tijdens het WK in Rusland weet hij hoe belastend constante lange reizen kunnen zijn voor teams. Idealiter zou een WK plaatsvinden in een compact “voetballand” met korte reistijden en gelijke omstandigheden voor alle landen — Duitsland noemt hij als voorbeeld vanwege de goede stadions en minimale reistijd.

Verder signaleert hij dat het internationale voetbal steeds commerciëler wordt en dat kwalificatie en eindtoernooi dichter naar elkaar lijken te schuiven, waardoor de oude kern van zware strijd om plaatsing minder sterk voelt dan vroeger. Desondanks blijft Van Marwijk nieuwsgierig: soms volstaat één sterke wedstrijd om een toernooi volledig te doen kantelen, en die onvoorspelbaarheid houdt voor hem de charme van een WK in stand.