Zwaarste treinramp ooit in onze regio is vijftig jaar geleden: 'Ze bleken allemaal dood, daarom was er geen gegil'
In dit artikel:
Op 4 mei 1976 botsten tussen Rotterdam en Schiedam twee treinen frontaal op elkaar; 24 mensen kwamen om het leven. De ramp vond plaats tijdens de ochtendspits bij Schiedam, waar doorgaans verschillende treintypen elkaar in korte tijd passeren: een langzamere stoptrein die even stil staat in een bocht om een snellere internationale D‑trein te laten passeren, en een sprinter die in tegengestelde richting rijdt.
De oorzaak lag in een ongelukkige samenloop van menselijke fouten en ontbrekende beveiliging. Na de zware treinramp bij Harmelen in 1962 had de NS het automatisch remsysteem ATB (Automatische Treinbeïnvloeding) ontwikkeld om te voorkomen dat machinisten een rood sein zouden negeren, maar de invoering verliep traag. In mei 1976 was dat systeem bij Schiedam nog niet actief. Die ochtend had machinist Cor Timmers van de D‑trein enige vertraging; tijdens het inhalen van de stoptrein had hij door de flauwe bocht geen goed zicht op het spoor vooruit en zag hij alleen de zijkant van de stoptrein. Tegelijkertijd vertrok op station Schiedam/Rotterdam-West een sprinter richting Hoek van Holland. De conducteur sloot de deuren zonder te wachten op het witte vertreksein — dat aangeeft dat het spoor vrij is — terwijl het spoor nog bezet was. De sprinter vertrok ondanks een rood sein; de machinist vertrouwde mogelijk op de conducteur en miste het rode sein.
De twee treinen raakten elkaar frontaal, de sprinter met een snelheid rond 90 km/u. Timmers trapte nog op de noodrem en sprong uit zijn cabine; vluchtelingen als de geschiedenisdocent Hein Andrea konden zich uitwringen en overleefden. Van de 26 inzittenden in het voorste gedeelte van de sprinter werden er 24 dodelijk getroffen. Politieagent Loek Bruijniks, die snel ter plaatse was, beschreef een verwoest beeld van verfrommeld materiaal en vrijwel geen geluid omdat veel slachtoffers direct overleden.
Onder de slachtoffers was de 23‑jarige Jerry Bakker; zijn verloofde Marja Bekkers‑van Es ontdekte later via de krant dat hij niet had overleefd. Het ongeluk raakte in de vergetelheid bij bredere media‑overzichten van treinrampen, tot Marja een ingezonden brief schreef die aandacht vroeg. Uiteindelijk leidde dat deels tot publiciteit en — pas in 2019 — een gedenkteken op station Schiedam‑Nieuwland met onder meer een dichtregel van Lans Stroeve.
Het ongeval van 1976 maakte duidelijk hoe gevaarlijk combinaties van menselijke fouten, zichtbeperkingen en het ontbreken van automatische beveiliging kunnen zijn. Na de botsing werd de implementatie van ATB versneld doorgevoerd om herhaling te voorkomen. Vijftig jaar later wordt de ramp nog steeds gerekend tot een van de zwaarste op het Nederlandse spoor.