Deze Brit wilde 937 Nederlandse goudstaven redden, maar ze belandden op de bodem van de Maas

zondag, 10 mei 2026 (13:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

James Alexander Corrie Hill, een Britse loods op Loodsboot 19, behoorde tot de zestien dodelijke slachtoffers van een explosie op de Nieuwe Maas bij Vlaardingen op 11 mei 1940. Het schip had opdracht om na de Duitse inval (10 mei 1940) een deel van de Nederlandse goudvoorraad vanaf het filiaal van de Nederlandsche Bank aan de Boompjes in Rotterdam per auto naar de Lekhaven en vervolgens per loodsboot naar de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland te brengen. Daar zou een Brits torpedoschip de lading naar Engeland overnemen. Ter hoogte van Vlaardingen liep Loodsboot 19 op een Duitse magnetische zeemijn, brak in tweeën en zonk met de goudstaven; drie Britten (onder wie Hill) en dertien Nederlanders kwamen om.

Op 17 juni 1940 werden de drie Britse bemanningsleden in Vlaardingen op begraafplaats Emaus begraven, een plechtigheid met burgemeester Siezen, vertegenwoordigers van Amerikanen en zelfs de Duitse marine. Foto’s van de begrafenis en Hill’s identificatieplaatje werden via het Rode Kruis naar zijn weduwe in Engeland gestuurd. Achtentachtig jaar later heeft Hills kleinzoon — naar zijn opa vernoemd — documenten en foto’s geschonken aan het Stadsarchief Vlaardingen na een bezoek aan het graf.

Na de capitulatie lieten de Duitsers het wrak bergen: tussen juni en oktober 1940 werden 816 goudstaven van elk circa 12,5 kilo opgehaald, waardoor volgens die telling nog 121 staven op de rivierbodem bleven liggen. In 1946–1947 kwamen bij baggerwerkzaamheden echter tientallen tot ruim honderd staven boven water, wat in de pers leidde tot spectaculaire koppen over ‘goudkoorts’. Dat trok ook criminelen aan: in 1949 werden enkele baggeraars en twee goudsmeden gearresteerd en veroordeeld voor diefstal en heling; gevangenisstraffen en boetes volgden.

Historicus Edwin Ruis wijst erop dat de onvolledige telling en verschillende vondsten aanleiding gaven tot speculatie, maar meent dat de kans klein is dat nog goud op de bodem ligt; waarschijnlijk is veel tijdens baggeren verdwenen of reeds geroofd en verloren gegaan, mogelijk zelfs in de Noordzee uitgespuwd. De zaak combineert een tragisch oorlogsdrama met decennia van bergingswerk, sensatie en rechtszaken, en leeft voort in familiemateriaal en lokale herinnering.