Veel Rotterdamse politici vertrekken: 'Het is niet te combineren met andere baan en gezin'
In dit artikel:
Ruim een derde van de Rotterdamse gemeenteraadsleden stopt na de verkiezingen van 18 maart: 16 van de 45 raadszetels wisselen van bezetter. Daarnaast zijn de afgelopen periode al tien raadsleden tussentijds vertrokken; twaalf anderen legden hun zetel neer omdat ze wethouder werden of naar de landelijke politiek gingen. Rijnmond sprak met fracties en betrokkenen; als belangrijkste reden voor de uitstroom komt structureel hoge werkdruk naar voren.
Veel raadsleden zeggen dat het raadswerk zich nauwelijks laat combineren met betaalde arbeid en gezin. Vergaderingen en avonden duren vaak lang — raadsdagen op woensdag en donderdag eindigen regelmatig laat — terwijl daarnaast technische sessies, inwonerscontacten en voorbereiding veel uren vereisen. In Rotterdam wordt vaak ruim boven het landelijke gemiddelde van circa twintig uur per week gewerkt. Concrete voorbeelden uit het artikel: PvdA’er Duygu Yildirim noemt late vergaderingen en het onhaalbare van combineren met een kind; VVD’ers vertrekken omdat ondernemerschap of andere prioriteiten onmogelijk samen gaan met raadstaken. Fractievoorzitter Dieke van Groningen vertrekt naar de landelijke politiek na acht jaar; D66’er Ingrid van Wifferen stopt ook na twee termijnen vanwege de belasting van het werk naast haar baan als docent.
Voormalig raadslid Dennis Tak (PvdA) geeft aan dat zijn leidinggevende functie bij Rabobank en het politiek werk samen te veel werden voor zijn privéleven; hij noemt de cultuur rondom ouderschapsverlof in de politiek verouderd. Abdullah Uysal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, waarschuwt voor een landelijke trend: veel raadsleden verlaten het werk omdat het niet meer combineerbaar is met werk of gezin. Rotterdam scoort duidelijk boven het landelijke gemiddelde van Nieuwsuur (ruim één op de zeven raadsleden die tussentijds stopt).
Uysal ziet als risico dat de samenstelling van raden scheeftrekt: vooral studenten en gepensioneerden hebben tijd om dossiers te volgen, waardoor dertigers en veertigers met gezin en betaalde baan wegvallen. Dat ondermijnt de representativiteit: juist werkende mensen en ondernemers verdwijnen. Financieel staat het raadswerk niet slecht voor grote gemeenten — in Rotterdam is de vergoeding ongeveer €3.000 bruto per maand — maar dat weegt volgens velen niet op tegen de tijdsinvestering.
De oplossing is niet eenduidig. Sommige pleiten voor fulltime raadsleden in grote steden, waarmee werkende leeftijdsgroepen beter zouden kunnen deelnemen. Uysal is terughoudend: fulltimefuncties kunnen raadsleden loskoppelen van de samenleving, omdat werk naast de raad inzicht geeft in de praktijk. Zijn voorstel: betere en structurele ondersteuning via griffies en meer middelen voor grote gemeenten, zodat taken beheersbaar worden en de druk afneemt. Dat wordt lastig omdat gemeenten juist minder geld krijgen terwijl hun taken toenemen.
Toch is er ook positief nieuws: ondanks de uitstroom blijven de 342 gemeenten en duizenden raadszetels gevuld en veel raadsleden zijn nog steeds gemotiveerd en enthousiast over het werk. Maar zonder aanpassingen dreigt volgens betrokkenen dat de middengroep in de politiek nog verder krimpt, met gevolgen voor representatie en verbinding met inwoners.