Directeur Fotomuseum eist bijna 400.000 euro na ontslag, 'dit is karaktermoord'

dinsdag, 19 mei 2026 (07:51) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Bij de rechtbank Rotterdam moet worden beslist of de raad van toezicht van het Nederlands Fotomuseum terecht directeur Birgit Donker in juli 2025 op non-actief heeft gezet en haar in oktober ontsloeg, of dat het ontslag onrechtmatig was en Donker recht heeft op een schadeloosstelling. De zitting duurde vijf uur en trok veel belangstellenden en supporters van Donker, onder wie oud-Boijmans‑directeur Sjarel Ex.

De raad van toezicht steunt zijn handelwijze op een extern cultuuronderzoek dat volgens hen concludeerde dat Donker zorgde voor een onveilige werksfeer: een deel van de 92 medewerkers durfde zich niet uit te spreken en het managementteam zou hebben aangekondigd te vertrekken als Donker terugkwam. Verder stelt de raad dat Donker onvolledige informatie gaf over personeelsvertrek en gesprekken met medewerkers bemoeilijkte. De mededelingen van twee klagende medewerkers zouden het laatste zetje zijn geweest.

Donker bestrijdt deze voorstelling van zaken en weigert mee te werken aan het nadere onderzoek, omdat dat volgens haar niet over de cultuur ging maar uitsluitend over haar persoon. Haar advocaat spreekt van karaktermoord en wijst erop dat Donker sinds haar aantreden in 2018 een duidelijke koersvoering volgde — met focus op Nederlandse fotografie — en jarenlang probeerde het museum te versterken. Een eerder onderzoek uit 2020 door Berenschot signaleerde wrijvingen tussen oude en nieuwe medewerkers, maar de toezichtsgroep destijds zag geen aanleiding tot ingrijpen.

Tijdens de zitting kwam naar voren dat er geen schriftelijke bewijzen (notulen of e-mails) zijn over de cruciale momenten waarop het mis zou zijn gegaan. Na haar schorsing verloor Donker bovendien de toegang tot haar zakelijke e-mail, waardoor ze nauwelijks kon reageren op de beschuldigingen. Ook het interne onderzoeksrapport werd intern verspreid onder personeel, de gemeente en OCW met een verzoek tot geheimhouding, maar het lekte kort daarna naar een landelijke krant. Volgens het museum was beschadiging van Donker nooit de bedoeling.

Donker ontving na vertrek een vaststellingsovereenkomst, maar dat dekt volgens haar niet de geleden schade en de kosten, noch de reputatieschade die de zoektocht naar nieuw werk bemoeilijkt: een mogelijke opdracht werd teruggetrokken vanwege de negatieve publiciteit. Omdat het om publieke middelen gaat heeft ze haar eis voor een tegemoetkoming gematigd; het museum noemt in de rechtbank een orde van grootte van 300–400 duizend euro. De rechtbank doet uitspraak op 29 juni.

De zaak draait om twee kernvragen: was er inderdaad een onveilige cultuur die noodzaakte tot ingrijpen, of is Donker onterecht afgerekend en geschaad door het proces en de publieke berichtgeving? De rechter stelde tijdens de zitting kritische vragen over het ontbreken van concrete documenten en de motiveerders van het ontslag.