Drie regiogemeenten vangen genoeg asielzoekers op, de rest moet op het matje komen bij de minister
In dit artikel:
Slechts drie gemeenten in de regio voldoen momenteel aan de Spreidingswet voor asielopvang: Rotterdam, Hoeksche Waard en Zwijndrecht, blijkt uit een Nieuwsuur-analyse van COA-cijfers. Zwijndrecht heeft nu capaciteit voor 301 asielzoekers, bijna honderd meer dan volgens de wet nodig is. Rotterdam telt 2.587 plekken tegenover een minimale norm van 2.465 en Hoeksche Waard heeft net voldoende (500 tegenover 499).
Veel andere gemeenten bieden te weinig vaste opvang; in sommige gevallen is de vaste teller zelfs nul. Alblasserdam, Albrandswaard, Goeree-Overflakkee, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik‑Ido‑Ambacht, Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen en Voorne aan Zee hebben geen AZC‑plaatsen geregistreerd (tijdelijke opvang op bijvoorbeeld schepen is in deze cijfers niet meegeteld). Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Gorinchem, Lansingerland, Maassluis, Molenlanden, Nissewaard en Papendrecht hebben wel vaste plekken maar blijven onder de norm.
De Spreidingswet geldt tot 31 december 2026; landelijk halen 250 van de 342 gemeenten de doelstelling nog niet. Minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie) laat vanaf volgende week gemeenten die tekortschieten op het ministerie uitleggen waarom ze niet voldoen. Volgens het ministerie is het doel om met voldoende permanente opvang het gebruik van dure en vaak ondermaatse noodlocaties overbodig te maken. Voor 2027 moeten gemeenten gezamenlijk nog ruim 40.000 vaste opvangplaatsen realiseren.