Een roofvogel in dienst en veel verstopte kunst: acht bijzondere feiten over Rotterdam Centraal

maandag, 6 april 2026 (08:22) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Rotterdam Centraal valt op door zijn metalen kap, grote glazen gevel en ruime stationshal, maar het station herbergt ook tal van onverwachte details en oplossingen die je pas ziet als je even stilstaat. Al sinds het oude gebouw bleef de gevel bewust zonder stadsnaam; alleen “Centraal Station” prijkt nog groot, een element dat tijdens de renovatie gekoesterd moest worden. De originele, zware blauwe letters werden veilig opgeslagen — tot in 2011 zes letters (N, S, I en drie A’s) uit een ProRail-loods in Schiedam verdwenen. Ondanks politieonderzoek zijn ze nooit teruggevonden; replica’s vervingen ze uiteindelijk.

Het huidige station is het resultaat van een verbouwing van ruim zeven jaar na het sluiten van Van Ravesteyns gebouw op 2 september 2007. De oplevering had drie officiële momenten: een lintje door de NS-directeur in 2012, een gemeentelijke opening in 2013 en tot slot een feestelijke handeling door koning Willem-Alexander in 2014.

Binnen zijn veel details minutieus ontworpen. In de grote hal vormen houten latjes een zorgvuldig gelegde driedimensionale puzzel: elk paneel had een uniek nummer en bouwvakkers hingen ze maandenlang exact op hun plek. Bovenin zorgt een glazen kap ervoor dat daglicht op de natuurstenen vloer danst — een effect dat bij een timelapse de beweging van licht zichtbaar maakt. Vanuit de lucht is weer een ander visueel knipoogje te zien: het raam- en zonnepaneelpatroon op het dak vormt, alleen vanuit de lucht, de vorm van de vroegere houten “speculaasjes”, twee kunstwerken uit Van Ravesteyns station die nu bij perron 1 staan.

Pragmatische oplossingen domineren het ontwerp: 35 felle vaandels langs perron 1 voorkomen dat machinisten verblind raken door zonlicht dat van de metalen kap kaatst — een probleem dat aanvankelijk door een gepland hoogbouwblok opgelost zou worden, maar dat project ging niet door. Ook vogels leverden last: meeuwen nestelen graag op de warme stalen dakplaten en vervuilen het gebouw. De beheerder loste dat op met een levende buizerd; iedere woensdagochtend vliegt die over het dak om meeuwen te verjagen.

Kleine vondsten en verloren kunststukjes die op of rond het station opduiken, krijgen soms een tweede leven. NS-medewerkers verzamelen dergelijke objecten in een informele galerij vlak boven het station, waar stationmanager Peter de Jong de werken van geestige titels voorziet zodat koffiepauzes aanvoelen als een bezoek aan een modern museum.

Rotterdam Centraal blijkt dus niet alleen een knooppunt voor reizigers, maar ook een gebouw vol doordachte details, praktische improvisaties en eerbetonen aan het verleden — pas zichtbaar als je er even de tijd voor neemt.