Een slaapstoornis leidt tot losse handjes bij Joost (25): 'Alsof de duivel uit hem komt'
In dit artikel:
In de Rotterdamse politierechter stond een man die onder de naam Joost terechtstond, verdacht van mishandeling van zijn ex-partner Priscilla en haar puberzoon. Priscilla beschuldigt hem van herhaald fysiek geweld — blauwe plekken, een gefilmde confrontatie waarin de stiefzoon wordt geslagen en uitgescholden, het wegnemen van sleutels en het weghalen van een deurkruk zodat iemand niet weg kon. Zij legde foto’s van verwondingen en een filmpje als bewijs over. De namen in de verslaggeving zijn pseudoniemen; de redactie kent de echte namen.
Joost erkende dat hij soms “uit zijn stekker” ging en gaf toe agressief te zijn geweest, maar ontkende sommige beschuldigingen zoals het op slot zetten van huisgenoten en het structureel onthouden van voedsel. Hij voerde gezondheidsklachten aan als verklaring: hij lijdt aan slaapapneu en gebruikte antidepressiva en ADHD-medicatie waarvan hij zegt dat die hem agressiever maakten. Volgens hem stopte hij met de middelen en ging het sindsdien beter; hij volgde bovendien een agressieregulatiecursus. Hij woont wisselend bij zijn ouders of een nieuwe vriendin, werkt fulltime in de haven en heeft oplopende schulden.
De officier van justitie sprak haar vertrouwen uit in de verklaringen van Priscilla en haar zoon, maar erkende dat voor sommige beschuldigingen onvoldoende steunbewijs was. De rechtbank gaf Joost vrijspraak op de aantijgingen van opsluiting omdat het verhaal van hem tegenover dat van de slachtoffers stond zonder aanvullend bewijs. Voor andere feiten achtte de rechter wel bewezen dat er geweld heeft plaatsgevonden.
De straf werd uiteindelijk een taakstraf van 80 uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Omdat Joost eerder vier dagen in voorlopige hechtenis had gezeten, kreeg hij acht uur in mindering (2 uur per gedetineerde dag), waardoor 32 uur daadwerkelijk resteerden. De officier had 100 uur geëist, ook met een deel voorwaardelijk; zij wilde geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege Joosts baan. Financieel kregen de slachtoffers veel minder toegewezen dan ze hadden gevorderd: Priscilla €600 en haar zoon €400 (zij hadden in eerste instantie respectievelijk €2.500 en €1.100 geëist). Beide slachtoffers noemen psychische klachten; de zoon laat een schoolachterstand zien en Priscilla onderging EMDR-therapie.
Bij de uitspraak toonde Priscilla zichtbaar teleurstelling en reageerde emotioneel buiten de rechtszaal. Joost maakte geen gebruik van het laatste woord en verliet de zitting nadat de rechter de straf en schadevergoeding had medegedeeld.