Dit is waarom dakloze mensen nog altijd boetes kunnen krijgen omdat ze buiten slapen

zondag, 17 mei 2026 (19:22) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

In veel Nederlandse steden laait de discussie op of dakloze mensen die buiten slapen beboet moeten worden. Rotterdam vormt een sprekend voorbeeld: de gemeente heeft formeel vastgelegd dat slapen in de openbare ruimte verboden is omdat het als hinder en verloedering wordt gezien en ook wildkamperen moet tegengaan. Die regel wordt niet alleen toegepast op toeristen die in auto’s of caravans overnachten, maar in de praktijk ook tegen zogeheten buitenslapers: mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats die op straat slapen.

Na politiek debat kondigde Rotterdam in 2024 onder zorgwethouder Ronald Buijt aan terughoudend te zullen zijn met het uitdelen van boetes aan buitenslapers; registratie zou voortaan de norm zijn en boetes alleen uitzonderlijk. Desondanks steeg het aantal boetes dat jaar naar 750 (tegen 722 in 2023). Pas in de eerste helft van 2025 werd een duidelijke daling zichtbaar: waar in 2024 gemiddeld ruim zestig boetes per maand werden uitgeschreven, viel dat begin 2025 terug tot iets meer dan twintig per maand. De wethouder zegt dat die terughoudende aanpak is doorgezet, maar volledige jaarcijfers ontbreken nog.

Cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) over 2025 bestaan wel, maar zijn lastig te interpreteren: binnen die registraties kunnen oude zaken terugkomen zodra iemand weer een adres heeft, en veel dossiers worden buiten het CJIB om juridisch afgehandeld. Daarom zijn die cijfers niet zomaar te vertalen naar recente handhavingspraktijk.

De overheid geeft meerdere redenen om toch (soms) te boeten. Handhaving ziet slapen op straat vaak als het makkelijkst bewijsbare feit bij incidenten in portieken waar ook drugsgebruik, vernieling of ontlasting spelen; het opstellen van een proces-verbaal start dan meestal bij het aantoonbare slapen. Buijt verdedigt bovendien het instrument als middel om zorgmijders te bereiken: met een prikkel hoopt de gemeente mensen in contact met hulpverlening te krijgen.

Hulpverleners en kerkleiders vinden die combinatie problematisch. Zij waarschuwen dat boetes het vertrouwen onder dakloze mensen kunnen schaden, waardoor doorverwijzing en begeleiding lastiger worden. Ook in andere gemeenten, zoals Vlaardingen, is het debat fel; voormalig burgemeester Bert Wijbenga benadrukte daar dat boetes vermeend helpen bij identificatie en alleen worden ingezet wanneer ook overlast of strafbare feiten optreden. Burgemeester Dijksma van Utrecht concludeert dat geen enkele gemeente tot nog toe het ideale evenwicht tussen handhaving en hulpverlening heeft gevonden.

Kortom: er is een duidelijke verschuiving richting terughoudender handhaving, maar boetes komen nog voor en blijven onderwerp van maatschappelijke en politieke discussie.