Erica (38) wil haar paard niet kwijt en moffelt hem weg voor inspecteurs: 'Ik was in paniek'

zaterdag, 10 januari 2026 (10:37) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Erica uit Rotterdam stond deze week bij de politierechter in Rotterdam terecht omdat ze haar dieren onvoldoende zou hebben verzorgd. De zaak ging vooral over haar Belgische trekpaard Henk — een groot dier met de ongeneeslijke aandoening CPL waarvoor intensieve verzorging nodig is — en eerder inbeslaggenomen honden die samen met haar moeder Ina werden aangetroffen. De Landelijke Inspectie Dierenwelzijn (LID) nam op 28 maart vorig jaar vijftien honden en later ook Henk in beslag na meerdere controles waarin dieren met ontstekingen, kale plekken, wonden en slechte hygiëne werden gevonden; in het rijtjeshuis lag uitwerpselen en hing een sterke ammoniaklucht.

Henk lijdt aan CPL, waardoor zijn lymfevaten niet goed werken en zijn onderbenen snel opzwellen met kloven en korsten. Volgens inspecteurs waren afgesproken behandelingen — wassen, scheren, zalfjes en soms injecties — herhaaldelijk niet uitgevoerd. Bij sommige controles bleek bovendien dat er geen hooi in de ruif lag. Erica verklaarde dat dit toevallig samenviel met de controles en benadrukte haar band met het paard; haar advocaat stelde dat ze Henk een kans had gegeven en dat het dier anders wellicht geslacht had kunnen worden.

Na de eerste inbeslagname wist Erica via een rechtszaak Henk onder strikte voorwaarden terug te krijgen: hij moest onder meer onderworpen blijven aan controles. Kort daarna onttrok zij het paard aan toezicht door hem op een andere locatie onder te brengen en een verkeerde verblijfplaats op te geven. Pas na een anonieme tip van een manegemedewerker vond de LID Henk weer terug in Zuid-Holland. De officier van justitie noemde het ernstig dat Erica controles had geblokkeerd en betoogde dat zij, mede door haar financiële problemen en terugkerende tekortschietende verzorging, niet in staat was de dieren de zorg te bieden die zij nodig hadden.

Naast de paardenzorg ging de rechtszaak ook over verwaarlozing van de vijftien honden, die zo verwaarloosd waren dat ze in beslag werden genomen. Erica woonde destijds met haar driejarige dochter bij haar moeder Ina; beide vrouwen ontberen veel sociale contacten en geven aan liever met dieren om te gaan dan met mensen. Ina en Erica stonden samen terecht voor de hondenkwestie; Erica probeerde zich deels te distantiëren door te zeggen dat de honden op naam van haar moeder stonden, maar erkende wel verantwoordelijkheid voor de verzorging.

De officier eiste een taakstraf van 120 uur (half voorwaardelijk), een verbod van tien jaar op het aanschaffen van nieuwe dieren, en verbeurdverklaring van Henk zodat de staat een nieuwe eigenaar kon zoeken. Hij wilde dat moeder en dochter zes honden zouden mogen houden (drie elk), de rest blijvend uit huis geplaatst.

De rechter oordeelde uiteindelijk minder streng dan de officier van justitie. Erica werd schuldig bevonden aan het onthouden van zorg en veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Zowel zij als haar moeder kregen een verbod van drie jaar om nieuwe dieren aan te schaffen. In tegenstelling tot de eis mag Erica Henk houden; de uitspraak maakte haar emotioneel. De rechter nam mee dat Erica eerder (in 2013) ook al eens veroordeeld werd voor slechte dierenzorg en dat een reclasseringsrapport haar neiging tot bagatelliseren van problemen vermeldt.

Samenvattend draait de zaak om herhaalde tekorten in dierenverzorging, het ondermijnen van toezicht door de LID en de spanningen tussen de emotionele band van de eigenaresse met haar dieren en de verantwoordelijkheid om voor kwetsbare dieren adequate zorg te bieden. De straf is bedoeld om te corrigeren en toekomstige kans op herhaling te verkleinen, terwijl Henk voorlopig bij Erica mag blijven.