Familie denkt recht te hebben op grond van oma Schaaij, maar dan meldt de Staat zich
In dit artikel:
Meer dan honderd mogelijke erfgenamen van Wilhelmina Fokkolina Meppelder, beter bekend als oma Schaaij, dachten een aandeel te hebben in een vergeten stuk grond aan de Hilledijk in de Rotterdamse Tweebosbuurt. De gemeente had hen opgespoord omdat het perceel van 144 vierkante meter nodig is voor de herontwikkeling van de wijk. De geplande onteigening en aankoop zijn nu echter stilgelegd, omdat het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) onderzoekt of de grond al aan de Staat is vervallen.
Het RVB meldde zich nadat Rotterdam in 2025 en 2026 meerdere oproepen voor erfgenamen had geplaatst. De gemeente liet een extern onderzoek uitvoeren, bracht ruim honderd mogelijke rechthebbenden in beeld en hield in juli nog een bijeenkomst voor de familie. Een taxatie en een aanbod aan de erfgenamen zouden de volgende stappen zijn. In plaats daarvan kregen zij bericht dat het proces voorlopig niet verdergaat.
Het RVB beroept zich op artikel 4:226 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat dat een nalatenschapsgoed aan de Staat vervalt wanneer niemand het binnen twintig jaar na het overlijden heeft opgeëist. Meppelder overleed in 1955 op 102-jarige leeftijd; ook haar kinderen zijn inmiddels overleden. Volgens het RVB moet nog worden vastgesteld of deze bepaling daadwerkelijk op het Rotterdamse perceel van toepassing is. Hoe lang dat onderzoek duurt, is niet bekend.
De gemeente zegt dat zij uitging van de eigendomsgegevens van het Kadaster en andere openbare registers en juridische adviezen had ingewonnen. Toch kan Rotterdam niet verklaren waarom de mogelijke aanspraak van de Staat niet eerder in beeld kwam. De laatste oproep in de krant bracht het RVB op de hoogte van de zaak. Het vastgoedbedrijf zegt niet te willen voorkomen dat nabestaanden een erfdeel krijgen waarop zij recht hebben, maar wil dat de procedure juridisch correct verloopt.
De familie en erfrechtspecialist Klaas Zondervan zetten vraagtekens bij de mogelijke toepassing van de wet. Volgens hen was de nalatenschap niet onbeheerd omdat erfgenamen geen belangstelling hadden, maar onbekend omdat niemand wist dat het stukje grond nog bestond. Zondervan noemt het daarom principieel de vraag of de grond wel aan de Staat zou moeten toekomen. De nabestaanden vinden het onredelijk dat zij door onwetendheid hun mogelijke erfdeel zouden verliezen.
De kwestie is extra opmerkelijk omdat Meppelder de grond in 1917 al aan Rotterdam probeerde te verkopen voor duizend gulden. De verkoop ging destijds niet door. Het perceel, waarop ooit een dijkhuisje stond, bleef daardoor op naam van Meppelder en haar kinderen staan, terwijl het terrein nu als openbaar groen oogt.
Als het RVB vaststelt dat de Staat eigenaar is, kan Rotterdam geen bindende afspraken meer maken met de erfgenamen. De grond blijft wel nodig voor de herontwikkeling van de Tweebosbuurt. De gemeente en het RVB overleggen nog over het vervolg. Voor de nabestaanden komt er voorlopig geen biedingsbrief; eerst moet duidelijk worden wie juridisch eigenaar is.
Vandaag Inside: Tijjani Reijnders baalt van enorme misser: 'Iets te veel power...'