Fenix toont persoonlijke brieven van Willem de Kooning: 'Terwijl ik naar bed ga, denk ik aan de Zaagmolenstraat'
In dit artikel:
Willem de Kooning vertrok in 1926 als twintiger vanuit Rotterdam naar Amerika, als verstekeling op een stoomschip. Twintig jaar later schreef hij voor het eerst weer aan zijn vader. In twee persoonlijke brieven beschrijft de kunstenaar hoezeer hij zijn vader en zijn geboortestad mist, vooral de Zaagmolenstraat in Rotterdam-Noord.
Volgens Hanneke Mantel, hoofd tentoonstellingen en collectie van kunstmuseum Fenix, vond De Kooning het moeilijk om na zo’n lange tijd contact op te nemen. Hij was bovendien nog niet de wereldberoemde kunstenaar die hij later zou worden. De brieven maken de grote afstand tussen vader en zoon voelbaar: De Kooning vraagt om een foto omdat hij zich niet meer goed kan herinneren hoe zijn vader eruitziet. Zelf stuurt hij foto’s van zich en zijn vrouw, van wie op een van de brieven een afdruk van rode lippenstift staat.
De Kooning overwoog terug te keren naar Nederland en vroeg zijn vader zelfs om een oude zolder waar hij kon schilderen. Die terugkeer kwam er om praktische of mogelijk persoonlijke redenen niet. Toen hij uiteindelijk weer in Rotterdam kwam, was zijn vader al overleden. Daardoor krijgen zijn woorden over de Zaagmolenstraat extra betekenis; volgens Mantel laten de brieven de mens achter de beroemde schilderijen zien.
De brieven zijn afkomstig uit de familiecollectie en nu eigendom van Fenix. Ze worden in Rotterdam getoond in het jaar waarin het honderd jaar geleden is dat De Kooning naar New York vertrok. Ook is werk van hem te zien in het Rijksmuseum. Drie zwarte abstracte beelden die eerder op het Hofplein stonden, keren na de verbouwing terug naar die plek.
Vandaag Inside: Vandaag Inside neemt Chris Woerts onder de loep: ‘Dan kun je een hoop stront verkopen!’