Ferry (39) ligt overhoop met flatbewoners die sigaretten roken voor zijn raam: 'Het zijn Tokkies'
In dit artikel:
In een zaak bij de politierechter in Rotterdam is een Schiedammer, in de column onder de naam "Ferry" gefingeerd, vrijgesproken van bedreiging en vernieling. De aanklacht betrof drie incidenten: een vermeende poging tot aanrijding van zijn broer, het optreden waarbij iemand op de motorkap van een auto zou hebben gesprongen, en een burenruzie bij een flat in Schiedam waarbij hij met een stalen pijp zou hebben gezwaaid en meerdere mensen zou hebben ingesloten.
Ferry voerde zijn eigen verdediging omdat hij geen advocaat kon betalen en pro deo-juridische bijstand te duur vond; hij zei dat hij het geld liever aan luiers voor zijn jonge kind besteedde. Tijdens de zitting illustreerde hij zijn verhaal met foto’s op zijn laptop, onder meer om te laten zien dat hij zijn broer niet heeft aangereden en om aan te tonen dat hij in een situatie klem was gereden door anderen. De rechtbank en de officier van justitie bekeken de beelden samen met hem.
Achtergrond in de familie speelde een rol in het verhaal: Ferry vertelde dat zijn oudere broer (in de stukken "Hamza") hem sinds zijn puberteit psychisch en fysiek zou hebben mishandeld, dat hij daar PTSS aan overhield en wegens die problemen niet kan werken. Ook is er sprake van onenigheid binnen de familie over een erfenis. Een eerdere zitting in januari viel op doordat Ferry toen met een baby in de rechtszaal zat; die zaak werd toen uitgesteld.
Het conflict rond de flat ontstond naar aanleiding van buren die op de galerij rookten en volgens Ferry de woning en zijn gezin (tijdens de hoogzwangere periode van zijn partner) belaagden met geuren en intimidatie. Hij zegt dat meerdere mensen na middernacht bij hem kwamen kloppen en dreigingen uitten; in paniek vertrok hij met zijn vrouw uit hun huis. Toen een groep rokers zijn auto achtervolgde en klemreed, hield hij naar eigen zeggen een stalen pijp in de auto als verdedigingsmiddel, maar hij ontkent daarmee iemand te hebben geslagen.
De officier van justitie oordeelde dat er genoeg aanwijzingen waren voor verantwoordelijkheid van Ferry: ze kwalificeerde het springen op de motorkap van de broer’s auto en het bedreigen van de groep rokers als bewezen gedrag en eiste 80 uur taakstraf (waarvan 30 uur voorwaardelijk) en een contactverbod ten aanzien van de betrokken rokers. Ferry vond de eis streng en toonde zich teleurgesteld.
De rechter vond uiteindelijk dat er te veel twijfel bestond om tot een veroordeling te komen. Ferry werd op alle punten vrijgesproken; daardoor vervallen bovendien twee schadeclaims en een claim van zijn broer (samen ongeveer 1.000 euro). De rechter sprak de hoop uit dat de betrokkenen voortaan ongeregeldheden zouden vermijden en benadrukte het belang van vreedzaam samenleven.
De verslaglegging van de zaak maakt deel uit van de rubriek Opmerkelijke Zaken (verslaggever Ingrid Smits), waarin namen zijn gefingeerd. Het proces tekent niet alleen de concrete feiten, maar ook familierelaties, financiële drempels voor juridische bijstand en de impact van langdurige onderlinge conflicten.