'Geen vingerafdrukken en geen mobieltje mee': appjes spelen hoofdrol in zaak explosie na burenruzie
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie eist in totaal 30 maanden gevangenisstraf tegen Tim van H. (33) uit Puttershoek: 18 maanden voor betrokkenheid bij een explosie en nog eens 12 maanden voor drugshandel en verboden wapenbezit. Tegen medeverdachte Sebastiaan B. (41) uit Delfgauw eist het OM 18 maanden. Beide mannen stonden terecht voor een explosie op 28 februari 2025 bij een woning aan de Eminentlaan in Delfgauw (Westland). Bij de ontploffing raakte niemand gewond, maar de voordeur en een bloempot raakten beschadigd. In de straat heersten al langere tijd spanningen; vorig jaar plaatste de burgemeester cameratoezicht.
Volgens het OM was B. de opdrachtgever en Van H. de uitvoerder. Na een later onderzoek werden de mannen in oktober aangehouden toen bij Van H. thuis harddrugs, een gaspistool, een stroomstootwapen en een tasje met een Cobra (illegaal vuurwerk) met ducttape en een deodorantbus werden gevonden — onderdelen die gebruikt kunnen worden bij een explosie. In chatberichten op Van H.’s telefoon vond de politie uitgebreid contact tussen beide mannen: B. vroeg herhaaldelijk om zware vuurwerksoorten en vroeg uiteindelijk om betaling, stuurde foto’s van het doelwit en sprak over “een grote klapper”. Ook waarschuwde B. Van H. om geen vingerafdrukken of mobieltje mee te nemen; kort na middernacht ging Van H.’s telefoon uit.
Beiden ontkennen directe betrokkenheid. Van H. stelt dat de appjes bravoure waren en dat de vondsten bij hem te verklaren zijn — de Cobra zou hij inleveren bij een inzamelactie, de wapens zouden restanten uit het verleden zijn. B. ontkent schuld en beroept zich deels op geheugenverlies na een vorig jaar opgelopen coma. Hij schetste in de rechtbank langdurige overlast door de overbuurman en het beleid dat volgens hem onvoldoende beschermde.
Het OM meent dat het appverkeer en camerabeelden genoeg bewijs vormen om opzet aan te tonen en wijst op de impact van de explosie op het gezin van het doelwit. De rechter doet uitspraak op 23 maart.