Groep die aanvallen op joodse instellingen opeist 'lijkt niet georganiseerd'

zondag, 15 maart 2026 (13:22) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

In één week tijd zijn onder de naam Harakat Ashab al‑Yamin al‑Islamiyyah drie explosies opgeëist bij joodse instellingen in Nederland en België: een synagoge in Rotterdam, een joodse school in Buitenveldert (Amsterdam) en een locatie in Luik. De gebeurtenissen vonden plaats in de nachten rond afgelopen weekend; er vielen geen gewonden en de materiële schade bleef beperkt, maar de aanslagen zaaien angst in de Joodse gemeenschap en worden scherp veroordeeld.

Op sociale media verscheen amateuristisch ogend videomateriaal met bombastische muziek, een explosie en vluchtende daders, waarin het genoemde logo in beeld komt. De NOS verifieerde de filmpjes. Justitieminister David van Weel zei dat het nog te vroeg is om harde conclusies te trekken en dat zijn ministerie de groepsnaam voorheen niet kende. In Rotterdam werden vier tieners (twee 19‑jarigen, een 18‑jarige en een 17‑jarige) aangehouden; in Amsterdam zoekt de politie nog twee verdachten.

Onderzoekers en veiligheidsexperts zijn verdeeld over herkomst en motief. Politiek antropoloog Younes Saramifar (VU) stelt dat de groepering tot voor kort onbekend was en dat de video's en begeleidende teksten amateuristisch en taalkundig slordig zijn, wat wijst op gebrek aan training en mogelijk niet‑native Arabisch. Het logo vertoont enige gelijkenis met dat van Hezbollah, maar details zoals kleurgebruik (zwart‑wit) en het afgebeelde Dragunov‑geweer passen volgens Saramifar niet bij typische sjiitische, Iran‑gekoppelde formaties; sommige symbolen lijken eerder te appelleren aan een breder islamitisch extremistisch publiek. Een bij één video gevoegd bericht noemt bovendien raketnamen die verband leggen met de zogeheten “as van verzet” (door Iran gesteunde strijdgroepen), wat aanleiding geeft tot speculatie over een poging zich met die bewegingen te associëren.

Clingendael‑expert Koen Aartsma waarschuwt voor voorbarige conclusies: aanslagen worden soms ongerechtvaardigd opgeëist en Joodse instellingen zijn doelwit vanuit diverse achtergronden. Tegelijkertijd verhoogt de oorlog in het Midden‑Oosten het dreigingsbeeld en bestaat de mogelijkheid van asymmetrische reacties van door Iran gesteunde actoren.

Kortom: de aanslagen zijn serieus onderzocht, maar identiteit, organisatiegraad en motief van Harakat Ashab al‑Yamin al‑Islamiyyah blijven onduidelijk. De politieonderzoeken en analyses van experts moeten uitwijzen of het om een losse, opportunistische claim gaat of om banden met grotere, transnationale netwerken.