Grootste partij in Rotterdam wil andere politieke stijl: 'Openbreken en nieuwe afspraken'

woensdag, 29 april 2026 (17:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

In Rotterdam groeit bij veel oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties het gevoel dat meedoen weinig zin heeft zolang coalities hun voorstellen structureel wegstemmen. Dat beeld illustreert een recent incident waarbij GroenLinks en de PvdA samen een alternatieve begroting presenteerden met concrete financieringsideeën, maar die voorstellen door de coalitie alsnog werden afgewezen. Die frustratie speelt al jaren en was zichtbaar tijdens de afgelopen raadsperiode.

Jeroen Postma (PRO), die onder zijn nieuwe partijstichting onderhandelt met VVD, D66 en Denk over een nieuw collegeakkoord onder leiding van informateur Diederik Samsom, wil die tegenstelling doorbreken. Hij pleit voor een cultuurverandering in het stadsbestuur: meer ruimte in het coalitieakkoord voor voorstellen van anderen, de bereidheid om gemaakte afspraken te heropenen als ze niet werken, en actiever luisteren naar partijen, maatschappelijke organisaties en bedrijven in de stad. Volgens Postma zou zo’n openere werkwijze polarisatie kunnen verminderen en meer kans bieden dat goede ideeën – ook uit de oppositie – werkelijk worden uitgevoerd.

Tegelijk benadrukt hij dat het creëren van ruimte niet betekent dat coalitieafspraken overbodig zijn; financiële kaders en meerderheden blijven noodzakelijk. De kunst is volgens hem om die basis te combineren met flexibiliteit en gedragsaanpassingen: concrete afspraken over hoe het college samenwerkt met de raad en met inwoners moeten ook in het akkoord terugkomen.

Samsom meldt in een brief aan de gemeenteraad dat de onderhandelingen in een open sfeer verlopen en dat partijen spreken over grote onderwerpen zoals wonen, economie en zorg, én dat ze luisteren naar ideeën uit de stad. Maar de gesprekken krijgen een zware ondertoon door grote financiële problemen: vooral de jeugdzorg blijkt jaarlijks tientallen miljoenen extra te kosten. Dat dwingt het toekomstige college tot pijnlijke keuzes: waar bezuinigen, waar extra middelen vinden en hoe prioriteiten te stellen. Die financiële stramheid maakt de formatie ingewikkelder en vergroot de noodzaak van realistische, draagbare afspraken.

Kortom: in Rotterdam staat nu niet alleen de inhoudelijke koers — wonen, zorg, economie — centraal, maar ook de vraag hoe samenwerking tussen coalitie, oppositie en samenleving eruitziet. Postma zoekt een evenwicht tussen noodzakelijke stabiliteit en openheid voor externe ideeën, terwijl de diepe financiële tekorten een rem zetten op beleidsruimte.