Hoe zieker Marnix werd, hoe minder mensen hij om zich heen had
In dit artikel:
Laurie beschrijft in deze aflevering van haar serie 'Waar was ik' het leven naast dat van haar broer Marnix, bij wie op zijn negende een hersentumor werd vastgesteld. Sindsdien heeft hij zeventien hersenoperaties ondergaan; tegen alle verwachtingen in is hij nu 24, maar met veel beperkingen, onder andere blindheid. Laurie reflecteert op hoe het alledaagse van haar eigen opgroeien — school, dates, sociale kringen — zich ontwikkelde terwijl thuis het leven van Marnix stilviel.
Aanvankelijk stroomde het sociale vangnet rond hem: ziekenhuiskamers vol knuffels, bezoek en kaarten. Maar naarmate de operaties zich opstapelden en hij vaker moest revalideren in zijn appartement naast het huis van hun ouders op de Veluwe, droogde die steun langzaam op. Klassen- en clubgenoten vonden een nieuw ritme; uitnodigingen namen af, en begeleid mee mogen was voor sommige ouders te confronterend. Kleine gebaren van vaste buren en een enkele vriend maakten cruciale hoogtepunten, maar konden het groeiende isolement niet keren.
Laurie worstelde met schuldgevoel en de druk om altijd vrolijk te verschijnen bij bezoeken, totdat ze leerde grenzen te stellen. Tegelijkertijd ziet ze hoe weinig mensen echt contact zoeken: ze vangt vragen over Marnix op die zelden door een direct telefoontje of bezoek gevolgd worden. Een lichtpunt was Parc Spelderholt, waar Marnix drie jaar lang woonde en werkte in de horeca; daar bloeide hij op en had zelfs een date. Sinds zijn vertrek ging het echter weer bergafwaarts. Nu bezoekt hij een dagbesteding twee middagen per week, en brengt hij de rest van zijn tijd thuis door met eenvoudige taken en hobby’s zoals breien en luisteren naar luisterboeken.
Een gesprek met Sven, die in een rolstoel zit, zette Laurie's gedachten over eenzaamheid scherp neer: het gaat niet alleen om het aantal mensen, maar om écht contact. Dat simpele telefoontje of spontane kop koffie kan voor iemand als Marnix het verschil betekenen tussen gehoord worden en alleen zijn. Laurie sluit af met de belofte het verhaal te vervolgen — de volgende keer over hun moeder die ook ziek wordt — en met de stille oproep: kleine, regelmatige aandacht doet er toe.