Schiedam maakt zich zorgen over geweld onder jongeren: 'Incidenten worden steeds ernstiger'
In dit artikel:
Schiedam kampt al geruime tijd met een geweldsgolf waarbij opvallend veel daders jong zijn. De problemen ontstonden deels door rivaliteit tussen jeugdbendes uit Schiedam en Rotterdam; sommige jongeren durven daardoor de grens met de buurgemeente niet meer over uit angst voor vergelding. De situatie en mogelijke oplossingen stonden centraal tijdens de afsluitende Pointer pop-up in de Korenbeurs, het slot van een maand onderzoek van KRO/NCRV en Rijnmond naar jeugdcriminaliteit in de stad.
Het dieptepunt was vorig jaar de dodelijke steekpartij waarbij de 13‑jarige Joni door een klasgenoot om het leven kwam. Die zaak leidde het college naar een actieplan met harde instrumenten: gebiedsverboden, preventief fouilleren in twee wijken en gesprekken die burgemeester Harald Bergmann voert met jongeren en hun ouders. Bergmann zegt met name de jonge aanwas te willen spreken; hij ziet zijn gesprekken als laatste waarschuwing voordat juridische stappen volgen. Ouders van het slachtoffer hopen dat dergelijke maatregelen tot gedragsverandering leiden, maar benadrukken dat het hun zoon niet terugbrengt.
Professionals benadrukken dat de oorzaken complex zijn: veel betrokken jongeren groeien op in instabiele gezinnen met armoede, schulden, verslaving en psychische problemen. Sociale media versterken problemen doordat jongeren status zoeken via een criminele identiteit en online stoerdoenerij kan omslaan in groepsgeweld op straat. „Het is een hele puzzel voor ons,” zegt jeugdagent Basak: daders worden jonger, incidenten ernstiger en de politie heeft nog onvoldoende zicht op wat zich online afspeelt.
Een terugkerende klacht is dat er te weinig specialistische, tijdige en continuïteit biedende jeugdhulp voorhanden is. Reclassering en hulpverleners zoals Jeffrey Jhanjan en Jaïr Fortes Silva wijzen op succesvolle, intensieve programma’s maar benadrukken dat die kostbaar zijn en daardoor beperkt inzetbaar. Wachtlijsten en beperkte inkoop van zorg maken dat jongeren vaak niet de behandeling krijgen die bij hun complexe problematiek past. Onderzoek en sprekers wijzen erop dat het opbouwen van vertrouwen maanden kan duren en dat wisselende hulpverleners die relatie verstoren.
Er is discussie over waar de verantwoordelijkheid ligt. Wethouder Cemil Kahramanoglu erkent tekorten, maar wijst erop dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor jeugdhulp terwijl zij onvoldoende middelen en specialistische capaciteit krijgen — en dat het te makkelijk is gemeenten alleen de schuld te geven. Jeugdcriminaliteitsdeskundige Sandy den Haan neemt een scherpere houding in: sinds de decentralisatie van de jeugdzorg (landelijk beleid) zouden gemeenten structureel tekortschieten; maatregelen als boetes en gebiedsverboden kunnen bovendien gezinnen verder in de problemen brengen.
Praktische oplossingen die tijdens de bijeenkomst opdoken: meer vroegsignalering in kwetsbare wijken, vaste ketenpartners rondom een jongere, regionale samenwerking met Vlaardingen en Maassluis voor een steunnetwerk, en preventieve aanpak via scholen en sportverenigingen. Het algemene motto: niet wachten tot jongeren om hulp vragen, maatwerk leveren en langdurige contacten opbouwen om zwaardere interventies te voorkomen. De balans blijft fragiel tussen handhavingsmiddelen om onmiddellijk geweld te stoppen en investeren in duurdere, langdurige zorg die onderliggende problemen kan wegnemen.