Al vanaf dag één lag dreiging van sloop op de loer, nu gaat nachtclub Perron definitief dicht
In dit artikel:
Perron, de rauwe dansbunker naast Rotterdam Centraal, sluit definitief de deuren na 11 april 2026. Oprichter Aziz Yagoub trok de stekker eruit omdat hij de jarenlange onzekerheid rondom het pand en de herontwikkeling van het Schiekadeblok niet meer wil blijven dragen. Het iconische clubcircuit in een leeg postgebouw aan de Schiestraat bestond sinds 2011 en wordt na vijftien jaar een gemis voor het nachtleven van de stad.
Perron was een plek van beton, minimalistische verlichting en harde bassen waar zowel internationale namen als Jeff Mills en Nina Kraviz optraden als beginnende dj’s en lokale talenten hun kans kregen. De club bood ruimte aan een breed publiek — van studenten en uitwisselingsstudenten tot minderheidsgroepen en oudere technoliefhebbers — en kreeg lof omdat het geen plek was voor status, maar voor intens dansen en samenkomen. Medewerker Connie Verschoor, sinds de eerste nacht aanwezig, omschrijft de plek als een locatie met karakter en ziel; nachtburgemeester Thys Boer benadrukt dat Perron het Schiekadeblok op de kaart zette en onmisbaar was voor de ontwikkeling van cultureel Rotterdam.
De sluiting is het resultaat van een mix van factoren. Al sinds de opening hing het vooruitzicht van sloop boven Perron: in 2015 sloot de club kort omdat er plannen waren voor een hotel, waarna de locatie in 2018 weer openging. Nu is de huur opgezegd in het kader van herontwikkeling en Yagoub kiest er bewust voor niet te procederen; hij wil een waardig afscheid organiseren en houdt vast aan de afspraak dat Perron tijdelijk zou zijn zolang er gebouwd wordt. Tegelijkertijd beklaagt hij zich over het gebrek aan inzet van de gemeente om een bruisende nachtcultuur te behouden; volgens hem is Perron de laatste club in het centrum met een structureel internationaal programma, en dat verlies raakt een stad van formaat.
Naast vastgoeddruk spelen structurele veranderingen: na de coronapandemie kelderde het uitgaansgedrag en festivals slorpen een deel van het publiek op — mensen gaan zelden meer na een duur festival door naar een club. Ook hogere kosten voor ondernemers en minder koopkracht bij jongeren drukken op de levensvatbaarheid van nachtgelegenheden. Boer waarschuwt voor pessimisme maar erkent de uitdaging; er wordt nog steeds in nieuwe plekken geïnvesteerd die hopen langdurig onderdak te bieden aan danscultuur.
Perrons vertrek markeert het verdwijnen van een unieke, inclusieve uitgaansplek die voor veel Rotterdammers synoniem stond met ongedwongen nachtelijkheid en muzikale ambitie. De komende maanden zullen laten zien of en hoe de stad die leegte kan opvangen.