Inge nam dertien baby-eendjes en hun moeder in huis: 'Ze konden lekker in de keuken rondrennen'
In dit artikel:
In januari belde collega’s van Dierenambulance Zuid-Holland-Zuid vrijwilliger Inge Talsma met de vraag of zij een moedereend met dertien pasgeboren kuikens kon opvangen nadat het diertje met zijn jongen in de sneeuw was aangetroffen. De dierenambulance had eerst geprobeerd op Goeree-Overflakkee hulp te regelen, maar de eenden konden alleen overleven met opvang binnenshuis.
Inge bracht de familie naar haar huis in Hoogvliet. Eerst sliepen ze in de paardenstal, maar omdat veel kuikens niet allemaal onder moeder pasten en het koud bleef, zette ze ze uiteindelijk in de hal van haar onderhuis en liet ze later vrij rondlopen in de keuken. Ze maakte waterbakjes en gaf de kuikens dagelijks badjes — uiteindelijk zelfs een babybadje — zodat ze veilig aan water konden wennen. Het schoonhouden was intensief: meerdere keren per dag verschoonde ze beddengoed en handdoeken die collega’s aanleverden.
Hoewel ze voor de verzorging zorgde, probeerde Inge de eenden wild te houden zodat terugkeer naar de natuur gemakkelijker zou verlopen. Na drie weken verhuisden de eenden naar een boerderij in Zeeland waar ze hopelijk een blijvende plek vinden. Inge zegt dat ze de dieren best mist; ze kijkt met enige verbazing terug op het moment waarop ze haar eethoek opruimde om veertien eenden binnen te nemen — maar ze zou het opnieuw doen om dieren te redden.
Kort context: dierenambulances grijpen in bij jonge watervogels die kwetsbaar zijn door kou of scheiding van de moeder; juiste opvang en minimale menselijke binding vergroten de kans op succesvolle terugkeer in het wild.