Ingrid (62) werd als kind verkocht door haar moeder: 'Ik had seks waar zij bij was'
In dit artikel:
Ingrid van Benten (62) uit Dirksland vertelt dat zij van haar achtste tot haar zestiende door haar eigen moeder werd verkocht aan mannen voor seks. Ze schetst een jeugd vol armoede, ruzies en plaatsing in kindertehuizen, waarin haar moeder haar niet meer als kind behandelde maar als object. Ingrid zegt dat weerbaarheid niet werd toegestaan en dat omstanders en hulpverleners signalen misten of niet geloofden wat er speelde.
Hoewel instanties zoals de Raad voor de Kinderbescherming betrokken waren, leidde dat volgens haar niet tot concrete interventie: het huis werd tijdelijk opgeruimd wanneer er controles kwamen en financiële onregelmatigheden zorgden kennelijk niet voor extra onderzoek. De overheid schat dat jaarlijks ongeveer duizend Nederlandse kinderen slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting, al zijn precieze cijfers onzeker omdat veel slachtoffers niet melden.
De gevolgen voor Ingrid waren langdurig: jaren van psychische klachten en PTSS, veel therapieën en meerdere opnames. Na een zelfmoordpoging acht jaar geleden vond ze uiteindelijk hulp in een gespecialiseerde traumakliniek in Weert, waar intensieve behandeling haar leven ingrijpend verbeterde. Inmiddels zegt ze dat het goed gaat: ze heeft een gezin en kan na decennia voor het eerst volmondig zeggen dat ze herstel ervaart.
Ingrid zet haar ervaring nu in als adviseur bij het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM). Ze wil kinderen die nu nog uitgebuit worden een stem geven en het probleem op de politieke agenda krijgen. Het CKM-publicatie uit 2025 benadrukt de zware, vaak levenslange impact van seksuele uitbuiting: trauma’s, depressie, angst, eet- en slaapstoornissen en suïcidale gedachten komen veel voor.
Ze waarschuwt dat kinderhandel vaak te snel als iets van “het buitenland” wordt gezien, terwijl het ook in Nederland voorkomt. Belangrijke signalen zijn volgens haar ontmenselijking van kinderen, verwaarlozing, veelvuldig schoolverzuim en financiële incongruenties in gezinnen. Ingrid roept mensen op alert te zijn en vermoedens te melden: “Dit moet stoppen.” Daarnaast pleit ze voor meer preventieve financiering, omdat vroeg ingrijpen volgens haar uiteindelijk goedkoper en menselijker is dan jarenlange nazorg.
Het verhaal benadrukt zowel de moeilijk te zien aard van huiselijke uitbuiting als het belang van specialistische hulp en maatschappelijke aandacht om herhaling te voorkomen.