Jan Peter runt 166 jaar oude meubelwinkel: 'Grote zorg om het familiebedrijf voort te zetten'

zaterdag, 24 januari 2026 (19:22) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Metz Woninginrichting op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam is een familiezaak met historie: opgericht in 1860 door Gerrit Metz, uitgegroeid onder zijn nakomelingen en gevestigd aan de Nieuwe Binnenweg sinds 1921. De huidige eigenaar, Jan Peter Metz (47), vertegenwoordigt de zesde generatie en staat sinds 2011 aan het roer. De winkel beslaat ruim 3.000 m² en combineert een statige presentatie met een huiselijke sfeer; er liggen stoffen om aan te raken en samengestelde interieurs worden benadrukt boven de verkoop van losse elementen.

Het assortiment bestrijkt breed: banken variëren van ongeveer duizend tot ruim tienduizend euro, waardoor Metz zowel starters als gepensioneerden bedient. Jan Peter begon als veertienjarige in de zaak en waardeert het ambacht van het inrichten. Hij houdt trends in de gaten, maar kiest vooral voor duurzaam meubilair dat gebruikers jarenlang zou moeten dienen: "Smaak kun je niet kopen, maar je kunt wel sfeer creëren," is een overtuiging die terugkomt in zijn aanpak.

De onderneming heeft een bewogen geschiedenis. Ooit waren er zes vestigingen in Rotterdam, maar delen daarvan raakten in de Tweede Wereldoorlog verwoest; na de wederopbouw concentreerde het bedrijf zich op het pand aan de Nieuwe Binnenweg. Waar vroeger ongeveer veertig mensen werkten, zijn dat er nu nog zes. Jans 74-jarige vader is nog mede-eigenaar en blijft betrokken, ondanks zijn pensioen.

Metz voelt zich verbonden met de straat en de buurt; het bedrijf weigerde in de jaren negentig, mede door opa Metz, een verhuizing naar een woonmall. Die keuze heeft volgens Jan Peter bijgedragen aan de huiselijke sfeer die moeilijk te repliceren zou zijn op een locatie langs de snelweg. Tegelijkertijd worstelt hij met actuele problemen: bereikbaarheid verslechtert door minder parkeergelegenheid, duurdere tarieven, wegafsluitingen en plannen zoals een eenrichtingsweg en het weghalen van de tram. Logistiek raakt lastiger naarmate vrachtwagens de stad moeilijker in kunnen. Zulke ontwikkelingen hebben al andere iconische zaken doen verhuizen en zetten ook Metz aan het denken over toekomstscenario’s, maar verhuizen voelt niet vanzelfsprekend: "De straat zit in ons DNA."

Een andere zorg is opvolging. Jan Peter heeft geen kinderen; een jonge neef werkt in de winkel maar het is onduidelijk of hij wil doorgaan. Een verkoop aan buitenstaanders wordt niet gewenst, omdat dat volgens hem de identiteit van het familiebedrijf zou aantasten. Metz vat het zo samen: een lang bestaand familiebedrijf is zowel een groot voorrecht als een last — emotioneel waardevol, maar moeilijk te continueren in veranderende stedelijke en economische omstandigheden.