Bij de badkamer van Johanna slaat een dierenbeschermer steil achterover van de stank, er blijken twee katten te wonen

zaterdag, 31 januari 2026 (10:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Voormalig fokster Johanna uit Oud-Beijerland zat opnieuw voor de politierechter in Dordrecht omdat in haar vervuilde huis opnieuw veertien Maine Coon-katten waren aangetroffen, terwijl haar eerder opgelegde houdverbod al van kracht was. De dieren werden vorig jaar in beslag genomen na een inspectie door de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn; controleurs troffen er overal uitpuilende kattenbakken, geen schoon drinkwater, een penetrante urine- en afvallucht en losse dieren aan in de badkamer. Een dierenarts constateerde dat meerdere katten te mager waren, vachtproblemen hadden, twee dieren uitgedroogd waren en dat veel dieren ringworm en korsten in ogen en oren hadden.

Johanna, zichtbaar slecht ter been en met gezondheids- en psychische klachten, verklaarde dat zij sommige dieren slechts tijdelijk had opgevangen en dat de veertien katten niet van haar waren; ze gaf aan af en toe voer te hebben gegeven. Haar volwassen zoon Marius, die bij haar woont en eveneens van de katten hield, stond ook terecht. Hij zei dat de katten hem rust gaven en ontkende eigenaarschap, terwijl hij zich verontwaardigd toonde over de inschatting van de ernst door de controleurs en justitie.

De officier van justitie stelde dat de situatie in huis "ronduit smerig" was en noemde de zorg voor de katten ondermaats. Hij stelde dat Johanna zich eerder niets van het houdverbod had aangetrokken en dat het ongeloofwaardig was dat de dieren niet aan haar toebehoorden. Daarom eiste hij zeven weken gevangenisstraf en vijf jaar houdverbod voor Johanna; voor Marius vroeg hij veertig uur werkstraf en een tweejarig houdverbod. De verdediging pleitte dat eigendom niet bewezen kon worden en dat Johanna uit onmacht handelde; een onvoorwaardelijke celstraf zou haar vanwege haar fysieke en mentale problemen geen goed doen.

De rechter legde uiteindelijk geen gevangenisstraf op. Johanna kreeg een werkstraf van vijftig uur, mede vanwege haar gezondheidsproblemen, en Marius kreeg veertig uur. Beide kregen een verbod om de komende twee jaar dieren in huis te houden; de in beslag genomen katten mogen niet terugkeren naar het gezin, zoals door het Openbaar Ministerie gevraagd.

De zaak illustreert de spanningsvelden rond dierverzorging, gezondheidsproblemen van eigenaren en recidive bij verboden op dierenbezit. Dierenbeschermers en inspecteurs wijzen vaak op het risico dat eigenaren met fysieke of psychische beperkingen — en soms met een hoarderachtige binding met hun dieren — regels omzeilen, waardoor dieren langdurig onder slechte omstandigheden kunnen leven. In dit proces koos de rechter voor een straf die rekening houdt met Johanna’s kwetsbaarheid, maar ook de bescherming van de dieren en het afdwingen van het houdverbod centraal stelt.