Kinderen toeslagenschandaal beginnen hun carrière met een studieschuld van 50.000 euro
In dit artikel:
Onderzoek onder 1.875 jongeren die slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal laat zien dat zij veel zwaardere studieschulden en slechtere opleidingsuitkomsten hebben dan hun leeftijdsgenoten. De lokale kinder- en jeugdombudsmannen van Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Nijmegen concluderen dat deze jonge slachtoffers vaak twee keer zoveel schuld hebben als een doorsnee student; driekwart meldt een schuld tussen ongeveer €10.000 en ruim €50.000. Bovendien stoppen zij twee keer zo vaak met hun studie of lopen flinke vertraging op.
Vorig jaar startte het landelijke meldpunt "Het is niet jouw (studie)schuld" en via een anonieme vragenlijst deden 1.875 gedupeerde jongeren mee, waaronder ongeveer 600 uit Rotterdam. Het onderzoek toont ook aan dat veel jongeren hun leenruimte noodgedwongen inzetten om het huishouden te ondersteunen: gezinnen verkeerden jarenlang in schulden en armoede, waardoor jongeren eerder gingen werken, meer stress en psychische klachten ontwikkelden en een gedegen opleiding vaak buiten bereik raakte.
Rotterdam springt eruit met circa 10.000 getroffen gezinnen, iets wat volgens de ombudsmannen samenhangt met het grotere aandeel lage-inkomenshuishoudens en inwoners met een migratieachtergrond, groepen die door de Belastingdienst extra streng werden gecontroleerd. De ombudsmannen benadrukken dat kinderen net zo zeer slachtoffer zijn als hun ouders en dat de huidige tegemoetkomingen dat niet herstellen.
Momenteel krijgen jongeren afhankelijk van hun leeftijd maximaal €10.000 aan schadevergoeding; volgens de ombudsmannen is dat in veel gevallen onvoldoende om de studieschuld weg te nemen. Daarom vragen zij volledige kwijtschelding van studieschulden en toegang tot gratis onderwijs voor alle kinderen van toeslagenouders — niet alleen voor wie uit huis is geplaatst — als vorm van schadeherstel.
Het rapport "Het is niet jouw (studie)schuld" wordt donderdag aangeboden aan de demissionaire staatssecretaris Toeslagen en de minister van Onderwijs; de ombudsmannen verwachten binnen drie maanden een reactie. De uitkomsten onderstrepen dat de nasleep van het toeslagenschandaal nog steeds ingrijpend doorwerkt in de levens- en toekomstkansen van veel jongeren.