Jongen (16) die meerdere slachtoffers tegen hoofd schopte twee keer veroordeeld voor poging tot doodslag
In dit artikel:
Een 16-jarige jongen uit Alblasserdam is door de Rotterdamse rechtbank schuldig bevonden aan twee pogingen tot doodslag, openlijke geweldpleging en afpersing. De feiten vonden plaats tussen mei en oktober 2024 en werden deels gefilmd door de verdachte. De rechtbank legde hem een jeugddetentie van 180 dagen op, waarvan 126 voorwaardelijk, plus 60 uur werkstraf; het onvoorwaardelijke deel blijkt al in voorarrest te zijn uitgezeten, waardoor hij niet direct terug naar de cel hoeft tenzij hij binnen twee jaar opnieuw de fout ingaat.
De eerste beschreven aanval dateert van 21 september 2024 bij cafetaria De Haven in Alblasserdam. Samen met een medeverdachte viel hij een tiener uit Nieuw-Lekkerland aan: het slachtoffer werd vastgegrepen, geslagen, op de grond getrokken en meerdere keren met schoeisel tegen het hoofd geschopt. De rechtbank oordeelde dat hierdoor bewust een aanzienlijke kans werd gecreëerd dat het slachtoffer dodelijk zou worden gewond. Enige tijd later, op 11 oktober 2024 in Papendrecht, ontstond een confrontatie over een vape: onder dreiging van een steekwond werd een slachtoffer geslagen, naar een park gedwongen, getackeld en door beide daders met een knie op de buik en bij de keel vastgehouden. Eerder, op 1 mei 2024 bij de Witte Brug tussen Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland, raakte een 14-jarige jongen uit Papendrecht zo ernstig gewond dat hij moest worden gereanimeerd en op de intensivecare belandde; ook voor die mishandeling spreekt de rechtbank opnieuw van poging tot doodslag.
Psychologisch onderzoek toonde meerdere stoornissen bij de verdachte, waardoor zijn toerekeningsvatbaarheid verminderd is. De rechtbank schat de kans op herhaling als hoog en benadrukt dat behandeling gericht moet zijn op verwerking van het verleden en op verbetering van impuls-, emotie- en agressieregulatie, sociale vaardigheden, stressmanagement en structuur in vrijetijdsbesteding.
De jongen is daarnaast verplicht schadevergoedingen te betalen: ongeveer 2.500 euro voor het slachtoffer bij De Haven (gezamenlijk met de medeverdachte) en ruim 5.000 euro voor het slachtoffer van de Witte Brug — aanzienlijk minder dan de circa 28.000 euro die aanvankelijk werd geëist. Verder moet hij zich melden bij de jeugdreclassering, meewerken aan behandeling en heeft hij een contactverbod met de slachtoffers. Een afzonderlijke aanklacht voor een mishandeling op 30 juli 2024 vond de rechtbank niet bewezen. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie hebben twee weken om eventueel in hoger beroep te gaan.