Polarisatie leeft onder jongeren, maar wel op een andere manier dan gedacht
In dit artikel:
Jongeren maken zich zorgen over polarisatie, niet zozeer omdat meningen verschillen, maar omdat er steeds minder naar elkaar geluisterd wordt. Dat blijkt uit recent onderzoek van Judith van de Wetering (Erasmus Universiteit) onder 13- tot 29‑jarigen, waaronder leerlingen van het Albeda College. Ongeveer de helft van hen geeft aan zich echt zorgen te maken; zij zien verharding, minder bereidheid om anderen te begrijpen en veel negatieve beeldvorming — zowel online op sociale media als offline in het nieuws en in de klas.
In Rotterdam wil PRO-raadslid Jeroen Postma de polarisatie terugdringen en bespreekt dat tijdens formatiegesprekken met D66, VVD en Denk. Volgens hem moeten coalitie- en oppositiepartijen beter met elkaar omgaan en moet het stadsbestuur actiever luisteren naar inwoners en maatschappelijke organisaties om tegenstellingen te verkleinen.
Jongeren zelf vinden discussie en conflict niet per se problematisch; het draait om hoe je daarna met elkaar omgaat. Belangrijke aanbevelingen uit het onderzoek: volwassenen en politici moeten het goede voorbeeld geven, oprecht naar jongeren toe komen en hen vroegtijdig en bereikbaar betrekken bij beslissingen. Veel jongeren voelen zich nu pas gevraagd als er al een project ligt; ze willen juist gevraagd worden: “Waar loop jij tegenaan in jouw wijk?” Daarnaast vragen ze transparantie over keuzes — niet via stoffige documenten op een website, maar begrijpelijk en zichtbaar, bijvoorbeeld via sociale media — zodat besluiten beter te begrijpen zijn en minder als ‘stomme keuzes’ worden ervaren.
Volgens de onderzoeker is het een gemiste kans dat betrokken jongeren zich niet gehoord voelen; betere ontmoeting en uitleg kunnen zowel politieke als maatschappelijke spanningen verminderen.