Joop was 9 in de oorlog: 'Die Duitser zag dat wij het brood pikten, maar hij liet het gaan'
In dit artikel:
Rotterdammer Joop Swarte (94) beschrijft zijn jeugd tijdens de Tweede Wereldoorlog: hij was zeven toen op 14 mei 1940 bommenwerpers de stad aanvielen en explosies plaatsvonden op ongeveer vijfhonderd meter van het huis waar hij woonde in Crooswijk aan de Kerkhoflaan. Hij woonde daar bij zijn opa, oma en familieleden; zijn ouders hadden intussen een winkel in Breda. De dreiging en het geluid van de bombardementen lieten diepe indruk achter en veroorzaakten veel angst in het gezin.
Als een van de nog levende ooggetuigen voelt Joop een plicht zijn ervaringen te delen, omdat hij vreest dat zonder zulke verhalen de werkelijkheid van oorlog gemakkelijk vergeten of onderschat zal worden. Tussen de aangrijpende herinneringen zitten ook lichtvoetige en ontwapenende anekdotes: jongensstreken zoals het prikken van banden van Duitse fietsen en een incident waarbij NSB’ers vol bleekmiddel uit een wasserij kwamen, wekken bij hem nog steeds een glimlach op.
Belangrijk in Joops verhaal is zijn nuance ten opzichte van de vijand: hoewel de Duitsers als indringers werden gezien, ontmoette hij ook individuen die menselijk en behulpzaam waren. Een Duitse bewaker liet hem en een vriendje in stilte brood meenemen – een gebeurtenis die hem altijd bijbleef en waaraan hij terugdenkt met de woorden: "Ik heb altijd onthouden dat er heel veel goede Duitsers zijn." De herinneringen blijven hem emotioneel raken en motiveren hem om te waarschuwen dat het geheugen van de oorlog levend gehouden moet worden.