In deze gemeenten is de opkomst altijd hoog: 'Het is onze bijbelse plicht om te stemmen'

zondag, 15 maart 2026 (12:51) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Op gemeentelijk niveau verschilt de opkomst bij verkiezingen sterk. Terwijl in Rotterdam bij de laatste raadsverkiezingen minder dan 40 procent van de kiesgerechtigden kwam stemmen, haalden gemeenten als Molenlanden, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel en Hardinxveld-Giessendam ruim 60 procent. Onderzoek wijst uit dat een relatief hoog aandeel kerkelijke kiezers één gemeenschappelijke factor is in gemeenten met hoge deelname, maar religie is niet de enige verklaring.

Universitair hoofdocent Hans Vollaard verzamelde verklaringen voor wie minder vaak stemt en waarom. Drie demografische kenmerken springen eruit: lager opgeleiden, jongeren en mensen met een migratieachtergrond stemmen structureel minder. De oorzaken variëren van gebrek aan interesse en politiek vertrouwen tot praktische belemmeringen zoals taal en de behoefte eerst te settelen in Nederland. Voor gemeenteraadsverkiezingen geldt bovendien dat niet alleen Nederlanders mogen stemmen: EU-burgers zijn stemgerechtigd en niet-EU-burgers krijgen dat recht na vijf jaar legaal verblijf, wat de samenstelling van de kiezerspopulatie beïnvloedt.

Religieuze betrokkenheid blijkt wel degelijk een stemverhogende factor. Nationaal en internationaal onderzoek laat zien dat frequent kerkbezoek correleert met vaste opkomst; in Nederland vertaalt zich dat vooral terug in aanhang bij partijen als ChristenUnie en SGP. Vollaard ziet een vergelijkbaar, zij het minder sterk onderbouwd, effect bij actieve moskeegemeenschappen: wie structureel een gebedshuis bezoekt wisselt vaker informatie uit, voelt meer groepsplicht en is makkelijker te mobiliseren door medegemeenschapsleden. Die sociale cohesie levert gedeelde nieuwsbronnen en onderwerpen op — denk aan zorgen over zondagsrust of onderwijs — die mensen motiveert richting stembus.

Tegelijk is de relatie niet louter religieus: opleiding, leeftijd en migratieachtergrond blijven de basisvoorspellers. Ook bestaan er religieuze stromingen die terughoudend zijn ten opzichte van politiek, zoals bepaalde Jehova’s Getuigen of salafistische groeperingen. Daarnaast spelen bredere maatschappelijke factoren: als een groep zich niet welkom voelt in de samenleving of politiek weinig vertrouwen heeft, vermindert dat de prikkel om te stemmen, ook als leden wel naar het gebedshuis gaan.

SGP-lijsttrekker John de Geus uit Goeree-Overflakkee onderstreept de rol van gemeenschapscontacten en het gevoel van plicht binnen kerkelijke kringen; partijen die dicht bij die gemeenschappen staan, bezoeken achterban en vragen expliciet om steun. Vollaard waarschuwt echter voor de ongelijkheid die uit verschillen in opkomst voortvloeit: bepaalde groepen zijn structureel ondervertegenwoordigd, wat de politieke representatie scheeft. Voor steden als Rotterdam adviseert hij gerichte investeringen in groepen met lage opkomst en het actief bevragen van niet-stemmers na de verkiezingen, zodat beleid beter aansluit bij de hele bevolking.