Lena maakte de kernramp in Tsjernobyl mee: 'Ik werd gezien als besmettelijk'

zondag, 26 april 2026 (08:37) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Lena Sukhoviy (nu 47) groeide op in het gelijknamige stadje Tsjernobyl en was zeven toen op 26 april 1986 rond 01:20 uur reactor 4 van de kerncentrale ontplofte tijdens een veiligheidstest. Door twee explosies ontstond een grote radioactieve wolk; de reactor brandde tien dagen door. Directe slachtoffers waren er bij de ontploffing zelf en in de weken daarna stierven tientallen reddingswerkers aan acute stralingsziekte. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat uiteindelijk minstens duizenden mensen aan stralingsgerelateerde aandoeningen zijn overleden en dat ongeveer 350.000 mensen moesten evacueren of verhuizen.

Lena herinnert zich hoe het gezin aanvankelijk niet goed begreep wat er gebeurd was. De volgende ochtend zagen ze veel hulpdiensten op weg naar Pripjat, de stad bij de centrale. Kort daarna kwam de politie aan de deur: ze moesten hun huis verlaten omdat het schoongemaakt en geventileerd zou worden. In een verdeelcentrum bleek Lena’s haar sterk verontreinigd; het werd kortgeknipt en het gezin werd tijdelijk geplaatst bij verschillende opvangplekken, later in een sanatorium. Haar vader werd opgeroepen om met zijn binnenvaartschip zand naar de centrale te brengen om het vuur te bestrijden.

In augustus 1986 kreeg het gezin een permanente woning in een nieuwbouwflat in Dniprodzerzhynsk, meer dan vijfhonderd kilometer van hun geboortestreek. De gedwongen verhuizing liet diepe sporen: Lena miste haar kamer, spullen en vrienden, en op school werd ze stigmatiserend behandeld als “de nieuwe meid uit Tsjernobyl” — moeders waren bang en ze werd gepest vanwege haar korte haar. Uit angst voor vooroordelen vertelde ze later niet meer waar ze vandaan kwam. Uiteindelijk verhuisde ze in 2003 naar Rotterdam vanwege haar partner.

Decennialang bleef het gebied rond de centrale vrijwel verlaten. De Exclusion Zone beslaat zo’n 282.000 hectare; steden als Pripjat en delen van Tsjernobyl zijn spookplaatsen. Er is een enorme betonnen omhulling over de ingestorte reactor geplaatst om vrijgekomen straling te beperken. Bezoeken zijn alleen mogelijk met een gids en binnen strikte tijdsbeperkingen. Ongeveer tien jaar geleden keerde Lena met haar vader terug naar de gesloten zone; ze kon kort in haar oude kamer zijn en ervoer daardoor afsluiting: het gevoel dat een deel van haar verleden afgesloten werd.

Hoewel Tsjernobyl diepe persoonlijke verliezen en langdurige stigmatisering bracht, zegt Lena dat ze geen gezondheidsklachten heeft overgehouden en dat ze geen irrationele angst voor kerncentrales koestert. Wel benadrukt ze dat een moderne reactor veilig moet worden gebouwd en dat menselijke fouten zoals in 1986 niet mogen voorkomen. De ramp blijft 40 jaar later een scherp keerpunt in haar leven: een bron van verlies, maar ook van verwerking en relativering.