Nederland is niet vol: hoe wandelen een andere kijk geeft op de wereld om je heen (deel 2)
In dit artikel:
Paul Verspeek trekt in het tweede deel van zijn wandelreportage door Nederland de langeafstandspaden in en komt terug met een optimistisch, nuchter beeld: leg je telefoon weg en loop. Waar X (voorheen Twitter) een plaatje van een land vol ruzie en verloedering schetst, toont de praktijk langs LAW’s en streekpaden iets heel anders: stilte, vriendelijke ontmoetingen en landschappen die verrassen.
Wie er op uit trekt, merkt volgens Verspeek direct het sociale verschil met online discussies. Wandelaars krijgen vaak interessevolle vragen in dorpswinkels, kassières delen routetips en lokale bewoners blijken overwegend hartelijk. Regionale clichés sneuvelen: Limburgers zijn niet per se gesloten, Noord-Hollanders minder arrogant dan verwacht en de noordelijke provincies Groningen en Friesland scoren hoog op gastvrijheid.
De paden bieden niet alleen natuur maar ook geschiedenis. Verspeek noemt talrijke ontmoetingen met oorlogsmonumenten, vliegtuigwrakken en herdenkingsplekken. Het Westerborkpad is exemplarisch: een LAW die van de Hollandsche Schouwburg naar kamp Westerbork loopt en langs historische locaties verhalen ontsluit via QR-codes. Op het Marskramerpad viel hem het Wereldtijdpad op met jaartallen die technologische en culturele mijlpalen markeren — van de uitvinding van de benzinemotor tot Rotterdamse voetbaltrots.
Landschappelijk ontdekte hij veel variatie. De noordelijke kust is niet alleen recreatiestrand; hij ervaart er de historisch ingrijpende strijd tegen het water, zichtbaar in dijken en gedenktekens. Zeeland blijkt rijker en afwisselender dan gedacht; Drenthe daarentegen wordt omschreven als overschat vanwege lange, rechte bospaden. Industrie doet niet altijd afbreuk aan schoonheid: fabrieken en haventerreinen leveren dramatische, bijna theatrale vergezichten op, zoals de Maasvlakte vanaf Oostvoorne of Tata Steel bij Wijk aan Zee die contrasterend de horizon tekent.
Verspeek prijst de organisatie van wandelnetwerken en de duizenden vrijwilligers die routes uitzetten en markeren. Zij maken Nederland “goed geregeld”: duidelijke bewegwijzering, downloadable GPS-tracks en up-to-date informatie over omleidingen via Wandelnet. Ook noemt hij infrastructuur als ecoducten als voorbeeld van doordachte inrichting: veilige faunapassages tonen hoe openbare ruimte en natuur kunnen samengaan.
Toch is zijn lof niet onbeperkt. Hij hekelt grootschalige intensieve veehouderij—mega-varkensstallen ruïneren volgens hem soms een lunchpauze door stinkende lucht—en spreekt zijn ergernis uit over motor- en mountainbikers die populaire kronkelpaden onveilig en lawaaiig maken. Motorrijders veroorzaken volgens hem extreem veel geluidsoverlast, rijden vaak in groepen en tasten daarmee wandelplezier aan.
Verspeek zet ook stedelijke voorbeelden tegenover elkaar: Deventer is voor hem een schoolvoorbeeld van hoe het moet; andere plaatsen, zoals Zoetermeer, hebben veel groen maar vergen dat je de auto uitstapt om het te ervaren. Wandelingen in Haagse parken of op Rotterdam-Zuid lichten voor hem verborgen kwaliteiten van wijken en stadsgroen uit die je vanachter het stuur niet ziet.
Een korte vergelijking met de Ardennen illustreert zijn punt: net over de grens vallen slechte wegen en slordige bewegwijzering op, wat het Nederlandse beheer juist in een gunstig daglicht zet. Concluderend roept hij op tot kleine verbeteringen—zoals het terugdringen van intensieve veehouderij en het reguleren van recreatieve motorrijders—maar beschouwt hij Nederland als een rijk wandelgebied waar natuur, historie en zorgvuldige infrastructuur elkaar vaak vinden.
Praktisch: de LAW’s en streekpaden zijn uitgezet door Wandelnet en onderhouden door ongeveer duizend vrijwilligers; routeboekjes en GPS-tracks zijn beschikbaar en actuele wijzigingen worden via de website doorgegeven.