Dit is waarom elf slachtoffers van de watersnoodramp anoniem bleven
In dit artikel:
In Oude‑Tonge worden zondag de lokale slachtoffers van de Watersnoodramp van 1953 herdacht; het dorp telde 311 doden — meer dan welk Nederlands dorp ook. Aan de rand van het dorp ligt een sobere gedenkplaats aan de Heerendijk: een monument en massagraf in één, met een groot beeld van een vrouw met een kind en lange rijen vierkante tegels. Op bijna alle zerken staan naam en leeftijd, maar elf tegels blijven onheilspellend leeg: zij markeren slachtoffers die nooit zijn geïdentificeerd.
De ramp trof het eiland in de nacht van storm en springtij, toen de zwakke dijken braken en een vloedgolf het polderland overspoelde tot ongeveer 4,5 meter. Veel bewoners sliepen; huizen werden weggeslagen en lichamen werden soms pas kilometers verderop of maanden later gevonden. In Oude‑Tonge overleden 305 dorpelingen, daarnaast kwamen tien mensen uit Nieuwe‑Tonge, twee uit Den Bommel en één bezoeker uit Utrecht om.
De enorme chaos maakte slachtofferidentificatie chaotisch en onzeker. De twee reguliere begraafplaatsen stonden onder water, dus lichamen werden eerst verzameld in garage Tuns — het enige droge, ruime gebouw — waar ze werden gewassen, gekist en door dorpsgenoten geprobeerd werden te herkennen. Omdat men moest vertrouwen op uiterlijke kenmerken en lokale kennis, zijn sommige slachtoffers nooit herkend. Uiteindelijk bleven vijf meisjes, drie jongens en drie vrouwen naamloos; zij werden in haast en wanhoop in het massagraf gelegd, soms twee lagen diep en zonder zekerheid over wie waar ligt begraven.
Later kreeg de tijdelijke begraafplaats een permanente inrichting met individuele tegels. Nabestaanden adopteerden veel zerken, ook al is het waarschijnlijk dat niet ieder slachtoffer onder zijn of haar ‘eigen’ tegel rust. Voor de anonieme slachtoffers plaatste men exemplaren zonder naam zodat er toch een plek is om te herdenken.
De vraag of moderne DNA-technieken deze onbekenden alsnog een identiteit kunnen geven wordt besproken. In Zierikzee leidde DNA‑onderzoek enkele jaren geleden tot identificatie van een anoniem slachtoffer, maar die casus is niet goed te vergelijken: daar was precies bekend waar het lichaam lag begraven. In Oude‑Tonge ontbreekt die locatiezekerheid doordat de slachtoffers door elkaar in een massagraf zijn neergelegd. Bovendien is er nooit door nabestaanden verzocht tot opgraving; veel families willen het verleden niet verder openwroeten.
Wim Harteveld, die zich in Oude‑Tonge in de geschiedenis van de ramp heeft verdiept en de herdenking mede organiseert, wijst erop dat decennialang over de tragedie gezwegen werd en dat het delen van herinneringen nu helpt bij verwerking. De regionale herdenkingen vinden jaarlijks rond 1 februari plaats; in Oude‑Tonge spreekt Harteveld zondag bij de begraafplaats aan de Heerendijk.