'Ontwerpvergunning van DCMR is geen oplossing, maar een rookgordijn'

dinsdag, 30 december 2026 (13:52) - Dagblad010

In dit artikel:

Onlangs publiceerde milieudienst DCMR een ontwerpvergunning voor de grondgebonden activiteiten van Rotterdam The Hague Airport (RTHA). In plaats van bewoners te beschermen, leidt de aanvraag volgens critici tot een kunstmatige verkleining van de problematiek: rumoer, stank en vervuiling worden in losse onderdelen verdeeld zodat de grootste bron — de vliegtuigbewegingen zelf — buiten de regeling blijft.

Het bijbehorende akoestisch en geuronderzoek bevestigt dat starten, landen, taxiën en stationair draaien niet onder deze vergunning vallen, terwijl juist die handelingen de meeste overlast veroorzaken. Uit geurmetingen blijkt dat start- en landingsfases verantwoordelijk zijn voor ongeveer 93% van de geuroverlast rond de luchthaven. Door die activiteiten uit te zonderen ontstaat op papier een laag uitdrukbare milieubelasting, terwijl omwonenden in werkelijkheid de volle impact ervaren.

De vergunning reguleert wel vaste bronnen maar laat veel ruimte voor piekgeluid en schrikmomenten: langdurige geluidsnormen tot circa 56 dB(A) bij woningen worden toegestaan, met korte, sterke pieken tot ongeveer 70–80 dB(A) op specifieke straten. Ook mag de luchthaven middelen inzetten voor vogelverjaging — gaskanonnen, knal- en gilpatronen — en verzoekt expliciet om voor die knallen geen geluidslimieten, onder het voorwendsel van vliegveiligheid. Dat betekent dat bewoners op elk moment harde knallen kunnen ervaren zonder afdwingbare bescherming.

Milieuorganisatie MOB diende een uitgebreide zienswijze in waarin grote procedurele en inhoudelijke lacunes worden aangekaart: onduidelijkheden over het aantal vliegbewegingen, passagiers en bezoekers, het ontbreken van een wettelijk verplichte samenvatting, en dat giftige en vervuilende praktijken ongewijzigd blijven. Zo blijkt dat antivries (glycol) mogelijk ongezuiverd wordt geloosd, er geen verbod is op taxiën op motoren, er geen verbod op tetra-ethyllood in brandstof staat en geen verplicht onderzoek naar PFAS-risico’s is opgenomen — allemaal punten met bekende gezondheids- en milieugevolgen.

Kortom: de ontwerpvergunning adresseert alleen deelactiviteiten en functioneert volgens tegenstanders als een rookgordijn. De grootste vervuilers — de vliegtuigen tijdens start/landing — blijven buiten de regels, waardoor omwonenden op papier beschermd lijken terwijl de overlast voortduurt.