Overheden waarschuwen: zonder extra geld gaan bruggen en wegen dicht
In dit artikel:
Gemeenten en provincies waarschuwen dat grote delen van Nederlandse infrastructuur zó verouderd zijn dat de bereikbaarheid van het land in gevaar komt. Lokale overheden, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor bruggen, viaducten en regionale wegen, vragen het Rijk om extra geld omdat reparaties en vervangingen veel duurder uitvallen dan gedacht.
Harry van der Maas (gedeputeerde in Zeeland en namens het Interprovinciaal Overleg) stelt dat zonder extra middelen er beperkingen komen: gewichtsbeperkingen voor vrachtwagens en langdurige wegafsluitingen zijn onvermijdelijk. Illustratief is de Zwijndrechtsebrug: sinds begin juni zijn vrachtwagens, touringcars en landbouwvoertuigen geweerd; de brug wordt pas in 2030 grondig gerenoveerd. Ook de Van Brienenoordbrug blijkt veel duurder te worden dan gepland — mogelijk rond 2 miljard euro in plaats van de eerder geraamde 680 miljoen — en voor andere grote kunstwerken zoals de Haringvlietbrug is financiering nog onzeker.
De kostenstijging komt door zwaarder goederen- en personenvervoer, hogere eisen op het vlak van duurzaamheid en veiligheid, en door inflatie die materiaal- en loonkosten opdreef. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram schreven in maart aan de Tweede Kamer dat er "scherpe keuzes" gemaakt moeten worden; ook Van der Maas benadrukt dat er prioriteiten nodig zijn, maar pleit daarnaast voor maatregelen als het spreiden van verkeer en het versterken van het openbaar vervoer om de druk op wegen te verminderen.
Kortom: zonder substantiële extra investeringen door het Rijk kunnen regionale infrastructurele knelpunten leiden tot merkbare hinder voor economie en verkeer, met name vanwege de strategische ligging van Nederland als deltaland met grote havens.