Paddenstoelen schieten uit de grond, maar de vergunningen niet: Rotterzwam in zwaar weer
In dit artikel:
Rotterzwam, een circulatieve paddenstoelenkwekerij bij de Schiehaven in Rotterdam-Delfshaven, verkeert in zwaar weer. Oprichter Mark Slegers waarschuwt dat het bedrijf mogelijk het komende jaar niet haalt. Toenemende concurrentie, hoge verwerkingskosten en regelgeving maken lokaal en duurzaam produceren moeilijk.
In acht containers kweekt Rotterzwam het hele jaar door zes soorten paddenstoelen, waaronder shiitake en lions mane. De zwammen groeien op regionale reststromen zoals koffiedik, bierbostel en houtzaagsel. Het bedrijf haalt koffiedik meerdere keren per week op bij kantoren en fabrieken. Een deel van de oogst gaat naar de horeca; de rest wordt verwerkt in onder meer bitterballen, gyoza’s en kroketten. Vooral lions mane is populair geworden via TikTok, onder andere bij mensen met ADHD, maar de paddenstoel is door zijn korte houdbaarheid nauwelijks in supermarkten te vinden.
Na de oogst blijft kweekmateriaal over dat moestuinders als compost meenemen. Dat is officieel niet toegestaan, omdat het materiaal niet op de gecertificeerde lijst van bodemverbeteraars staat. Volgens Slegers laat dit zien dat bestaande regels onvoldoende aansluiten bij innovatieve circulaire bedrijven. Rotterzwam deed er bovendien acht jaar over om een vergunning te krijgen voor het kweken van voedsel op afvalstromen. Slegers wil regels niet afschaffen, maar vindt dat toezichthouders beter met nieuwe bedrijfsmodellen moeten kunnen omgaan.
Ook economisch heeft Rotterzwam het lastig. Het verwerken van reststromen vraagt relatief veel personeel en tijd, waardoor de producten duurder zijn dan geïmporteerde paddenstoelen uit Oost-Europa. Horecabedrijven kiezen volgens Slegers daardoor vaak voor de goedkopere optie, ondanks het duurzame verhaal. Daarnaast concurreren afvalverwerkers om dezelfde grondstoffen: voor bedrijven kan verbranden van afval tot biobrandstof financieel aantrekkelijker zijn dan hergebruik.
Volgens hoogleraar Derk Loorbach komt de landelijke transitie naar een circulaire economie te langzaam op gang, omdat de Nederlandse economie nog sterk op groei en meer consumptie is ingericht. Op lokaal niveau ziet hij wel kansen: Rotterdam en Zuid-Holland stimuleren samenwerking, slimmer afvalbeheer en lokale ruilnetwerken.
Rotterzwam probeert ondertussen door te groeien. Aan de Pietstraat staat een fabriek gepland die reststromen op grotere schaal moet omzetten in bodemmateriaal. Na eerdere tegenslagen, waaronder een brand in Tropicana en de coronacrisis, moet het bedrijf zich opnieuw uitvinden. Slegers noemt dat zwaar, maar ziet circulair ondernemen als noodzakelijk voor de toekomst.
Vandaag Inside: Hélène Hendriks ziet redding voor VVD: 'Weet je wie ze terug moeten halen?'