Dit is waar rijke Rotterdammers hun geld aan uitgeven: 'Ze hebben meer binding met de regio'
In dit artikel:
Rijke Rotterdamse inwoners geven hun vermogen opvallend lokaal en zichtbaar uit: aan luxe levensstijl, lokale projecten en gulle donaties. Dat stelt Lotte van Bergem van zakenblad Quote 500 naar aanleiding van recente projecten zoals plannen voor een pretpark op Rotterdam-Zuid en het safaripark in Zuid-Afrika van ondernemer Michel Perridon.
Michel Perridon (geschat vermogen €385 mln), bekend van computeraccessoirebedrijf Trust en als opvallende Rotterdammer in media, valt op door zijn openheid over uitgaven: een statig huis aan de Parklaan, dure auto’s zoals Bugatti’s, een pand in Dubai en personeel waaronder butlers. Perridon staat hoog op de lijst van rijkste Rotterdammers en profileert zich zowel lokaal als internationaal.
Op de tweede plaats staat de familie Van der Vorm, die ongeveer 68% van HAL Investments bezit — een machtige, relatief teruggetrokken investeringsholding die belangen heeft in bedrijven als SBM Offshore, Coolblue en Boskalis. Het familiaal kapitaal wordt geschat op circa €9,4 miljard. De familie investeert substantieel in Rotterdamse cultuur en maatschappelijke doelen: noemenswaardige bijdragen zijn onder meer een schenking aan Museum Boijmans van Beuningen en volledige financiering van het Fenix Museum, naast steun voor Rotterdamse hulpinstanties zoals Nieuw Vaarwater.
De individueel rijkste Rotterdammer volgens de lijst is vastgoedondernemer Aat van Herk (geschat €2,4 mrd), die ondanks zijn vermogen relatief terughoudend leeft maar recent grote giften (tussen €50 en €100 mln) aan goede doelen deed; Van Herk kampt met MS en is een bekend Feyenoord-ondersteuner.
Van Bergem benadrukt dat veel vermogende Rotterdammers sterk verbonden zijn met hun stad en structureel investeren in lokale goede doelen. Dat bleek onder meer tijdens het Rotterdam Gala, waar fondsen werden geworven voor gezinnen onder de armoedegrens — naar schatting één op de vijf Rotterdamse gezinnen. Volgens haar onderscheidt Rotterdam zich daardoor van steden als Amsterdam, waar een groter aandeel 'import' tussen de rijken zou zitten en lokale binding minder uitgesproken zou zijn.