Rechter: minister had bed-bad-broodregeling van 16 mensen in Rotterdam niet mogen beëindigen

vrijdag, 24 april 2026 (18:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

De rechter heeft bepaald dat voormalig minister Marjolein Faber de financiering van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV, bekend als bed-bad-brood) voor zestien mensen in Rotterdam onterecht heeft stopgezet. Faber had besloten de bijdrage per 1 januari 2025 te beëindigen, waarna Rotterdam de voorziening sloot en tientallen mensen zonder geldige verblijfsdocumenten, die ook niet in aanmerking kwamen voor een AZC, dreigden dakloos te worden.

Een eerdere tijdelijke uitspraak van eind 2024 verplichtte Rotterdam al om de opvang te handhaven tot ten minste vier weken na de recente uitspraak; daardoor verbleven de betrokkenen tot nu toe nog in de opvang. De bestuursrechter oordeelt nu dat de minister onvoldoende heeft onderzocht en voorkomen dat de beëindiging zou leiden tot verlies van toegang tot basisvoorzieningen, iets wat volgens Europese regels niet mag gebeuren omdat het tot onmenselijke situaties kan leiden. De rechtbank noemt de zestien betrokkenen kwetsbaar, niet zelfredzaam en volledig afhankelijk van overheidsopvang.

De huidige minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink, moet nieuwe individuele beslissingen nemen die aansluiten op deze uitspraak; tot die herbesluiten blijven de mensen in Rotterdam blijven. Voor vier andere mensen vond de rechter de stopzetting wél terecht: zij kregen een alternatief aanbod in Ter Apel en zouden daardoor niet op straat komen. Eerdere vergelijkbare rechterlijke terugwijzingen van Faber speelden ook al in Amsterdam en Utrecht.