Klimaatvoorvechters slepen Havenbedrijf Rotterdam voor de rechter: 'Terugdringen CO2-uitstoot gaat te langzaam'
In dit artikel:
Klimaatorganisatie Advocates for the Future spant een rechtszaak aan tegen het Havenbedrijf Rotterdam omdat dat volgens hen te weinig ambitie toont en te traag opereert bij het terugdringen van CO2-uitstoot. Na meerdere gesprekken die niets wezenlijks hebben opgeleverd, zoekt de organisatie juridische dwangmiddelen om een bindend, toetsbaar plan af te dwingen voor het geleidelijk afbouwen van fossiele activiteiten in de haven.
De Rotterdamse haven is de grootste CO2‑bron van Nederland: ongeveer 16 procent van de nationale uitstoot vindt plaats in of door de havenactiviteiten. De directe emissies bedragen circa 19 megaton CO2 per jaar, maar als ook de verbranding van via Rotterdam getransporteerde fossiele brandstoffen wordt meegerekend, stijgt dat volgens CE Delft naar ruim 604 megaton CO2 wereldwijd. Advocates for the Future stelt dat vergroening van processen niet genoeg is zolang ruwe olie, kolen en gas massaal worden verwerkt en geëxporteerd.
De eisers vragen dat het Havenbedrijf als overheidsgedragen organisatie regie neemt in plaats van te wachten tot bedrijven vrijwillig vergroenen. Ze dringen erop aan dat Rotterdam stopt met de overslag van steenkool en een duidelijk afbouwpad voor raffinaderijen uitgewerkt wordt, om te voorkomen dat de regio economisch verloederd zodra de fossiele industrie wegvalt. Advocates for the Future waarschuwt voor een ‘Detroit aan de Maas’ en benadrukt dat een transitie eerlijk moet verlopen, met bescherming van arbeidsplaatsen en herontwikkeling van terrein voor schone industrie. "Als het in de haven niet lukt, dan lukt het nergens," zegt de organisatie.
Het Havenbedrijf laat weten de aanklacht te bestuderen en houdt vol dat het al langere tijd met partijen samenwerkt aan de transitie naar een klimaatneutrale haven. Het wijst op investeringen in waterstof- en CO2-infrastructuur, financiële prikkels in haventarieven en voorbeelden zoals een waterstoffabriek op de Maasvlakte die verduurzaming van raffinage moet ondersteunen. Tegelijk erkent het Havenbedrijf dat de energietransitie grote investeringen vereist en wordt bemoeilijkt door problemen als stikstofrestricties, netcongestie en geopolitieke onzekerheid die de energiemarkten raken.
De zaak sluit aan bij bredere beleidsdoelen: Europa streeft naar circa 55 procent minder uitstoot in 2030 (t.o.v. 1990) en netto‑zero rond 2050, afspraken die ook richtinggevend zijn voor de toekomst van havens en de nationale klimaatambities.