Rotterdam telt voor het eerst dak- en thuisloosheid in regio
In dit artikel:
Op 12 mei 2026 voert Rotterdam mee met de ETHOS-telling van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om een momentopname te maken van dak- en thuisloosheid in de regio. Deze vierde telronde, waarvan 96 gemeenten in 11 regio’s deelnemen, probeert voor het eerst een realistischer beeld te geven van wie dak- en thuisloos is: niet alleen mensen op straat, maar ook mensen die in auto’s slapen, bij vrienden op de bank verblijven, of tijdelijk zonder vaste woonplek zijn (inclusief kinderen en 65-plussers).
In de Rotterdamse regio nemen ongeveer 90 uiteenlopende organisaties deel — van opvanginstellingen en zorgverleners tot buurthuizen, kerken, woningcorporaties, ziekenhuizen en ook minder voor de hand liggende partners zoals Jeugdeducatiefonds en Vereniging Alternatief Wonen. Ruim 300 professionals vullen op de peildatum voor elke persoon die zij kennen een vragenlijst in; de gegevens zijn pseudoniem en bevatten geen namen, BSN’s of adressen. Het onderzoek is een point-in-time-telling: een registratie van de situatie op één specifieke dag.
De ETHOS-methode gebruikt zeven categorieën van dak- en thuisloosheid (gebaseerd op de Europese ETHOS-typologie) waardoor meer varianten van woononzekerheid zichtbaar worden. Hogeschoolonderzoeker Marjam Smeekens benadrukt dat landelijke statistieken vaak geen bruikbaar beeld geven op gemeentelijk niveau, terwijl die lokaal nodig zijn om gericht beleid te maken. De gemeente hoopt met de uitkomsten de bestaande aanpak te toetsen en waar nodig bij te sturen — bijvoorbeeld voor preventie en hulp aan economisch dakloze mensen.
Een ervaringsdeskundige uit Rotterdam, Maikel, illustreert waarom de bredere blik belangrijk is: “Dakloos zijn is niet alleen buiten slapen… je bent altijd te gast, hebt geen privacy.” Wethouder Ronald Buijt waardeert de brede deelname en verwacht dat de telling andere steden kan inspireren hun aanpak te heroverwegen.
De landelijke resultaten van deze vierde ETHOS-telling worden op 9 december 2026 gepresenteerd; dan hebben naar verwachting 220 van de 342 Nederlandse gemeenten inzicht in de omvang en aard van dak- en thuisloosheid, wat moet bijdragen aan beter onderbouwd beleid.