Ruim een week na trambotsing lopen drie onderzoeken, politie sprak nog niet met de bestuurder
In dit artikel:
Ruim een week na de ernstige trambotsing op de Erasmusbrug in Rotterdam is nog steeds niet duidelijk waardoor een tram op 22 juli 2026 achterop een stilstaande tram reed terwijl de brug openstond voor een schip. Daarbij raakten 15 mensen gewond, van wie vijf naar het ziekenhuis moesten. De overige slachtoffers konden dezelfde dag of de dag erna naar huis.
De RET onderzoekt de twee zwaar beschadigde trams, haalt onderdelen los en analyseert voertuigdata uit de zwarte doos en camerabeelden uit de passagiersruimte. Ook spreekt de vervoerder met de betrokken bestuurder en probeert het passagiers te bereiken voor nazorg en hun verklaring. De bestuurder kon niet direct worden gehoord, omdat hij na het ongeluk in shock was.
Parallel daaraan onderzoekt de politie of er sprake is van een strafbaar feit. Forensische specialisten bekijken sporen, beelden en verklaringen van betrokkenen, maar alle scenario’s blijven open: van een technisch mankement tot mogelijke afleiding van de bestuurder. Volgens de politie bleek in het ziekenhuis al dat de chauffeur niet onder invloed was.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de eerste informatie al veiliggesteld en beslist in september of er ook een breder veiligheidsonderzoek komt. De OVV kijkt daarbij vooral of er lessen te trekken zijn voor de veiligheid. De botsing zet opnieuw de vraag op scherp waarom Rotterdamse trams, anders dan treinen, geen automatisch remsysteem hebben dat ingrijpt bij gevaar.
Vandaag Inside: René van der Gijp reageert op uitspraak Xavi: 'Dat is gelul!'