Schrijver Mohammed Benzakour bevrijdt vogels op Bali: 'Pervers om ze in kooi op te sluiten'

zondag, 3 mei 2026 (09:51) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Mohammed Benzakour raakte door een kleine vogel diep geraakt en veranderde dat gevoel in actie: het Rotterdamse park Varkenoord en een winterkoninkje dat hij Agilouz noemde, vormden de aanzet voor zijn campagne tegen kooihouding van zangvogels — zowel in Nederland als in Indonesië. Op de dag dat hij nieuws kreeg dat zijn moeder na een herseninfarct nooit meer zou herstellen, troostte het vogeltje hem met zijn gezang. Die band — en de gelijkenis tussen opgesloten vogels en zijn moeder, die door haar lichaam gevangen zat — wakkerde bij hem een diepe afkeer van het houden van vogels in kleine kooitjes aan.

Benzakour werd vogelaar: hij trok met verrekijker de Biesbosch in en raakte betrokken bij vogelliefhebbers, maar stuitte ook op het fenomeen van vogelverenigingen waar mensen hun Japanse nachtegalen en andere exotische vogels showen die de rest van de week in een hok zitten. Een rapport van BirdLife over Java — waar meer vogels in kooien zouden zitten dan in het wild vliegen — overtuigde hem om in actie te komen. Hij vertrok naar Indonesië (eerst Bali, niet Java) en begon vogels vrij te kopen of — in één geval — ’s nachts te ontvoeren uit een kooi als de eigenaar weigerde te verkopen. Hij liet geld en een briefje achter met het verzoek om geen nieuwe vogel te kopen maar liever iets voor de vrouw te geven, en waarschuwde dat hij terug zou komen als de opsluiting zou doorgaan.

Op Bali bood hij vaak meer dan marktwaarde om een specifiek dier vrij te krijgen; de vogels reageerden niet meteen door weg te vliegen maar bleven even zitten op een tak, waarna Benzakour de dankbaarheid zei te voelen. In totaal bracht hij zo naar eigen zeggen zo’n vijftig tot zestig vogels vrij — een persoonlijk succes, maar symbolisch klein vergeleken met de miljoenen gekooide vogels in Indonesië. Over zijn ervaringen schreef hij Het Lied van Agilouz, bedoeld om mensen het onrecht van kooihouding te laten voelen en nadenken over het verschil tussen menselijke vrijheid en dieren die wél kunnen vliegen maar opgesloten worden.

Thuis heeft hij twee dwergpapegaaien en een grote volière met deurtjes open; de vogels leven vrij in zijn flat en hij wil ze uiteindelijk terugbrengen naar Ecuador, zodat ze zelf kunnen kiezen of ze bij hem blijven of aansluiting zoeken bij soortgenoten. Zijn ethische vraag is eenvoudig: kies je voor een lang leven in een hokje of een korter maar vrij leven? Benzakour vergelijkt het opgesloten zitten van vogels met het gevangen zijn van zijn moeder en concludeert: “Ik kan niet tegen onrecht.”

Het artikel schetst zowel persoonlijke motivatie als culturele context: in delen van Indonesië wordt het houden van zangvogels gezien als geluksbrenger, maar critici zoals Benzakour vinden het een pervers gebruik van dieren met een aangeboren behoefte aan vrijheid. Het verhaal eindigt met een gedicht over het mooiste kooitje: dat het leeg is — als een morele aansporing tot loslaten.