Straf voor Inez Weski definitief: zowel OM als ex-advocate zelf niet in hoger beroep
In dit artikel:
De veroordeling van de voormalige Rotterdamse advocate Inez Weski is definitief: noch zij noch het Openbaar Ministerie stapt in hoger beroep. De rechtbank in Rotterdam had haar twee weken geleden een gevangenisstraf van 42 dagen opgelegd, een straf die Weski reeds in voorarrest had uitgezeten, zodat zij niet terug hoeft naar de cel. Bij het opleggen van de straf hield de rechtbank expliciet rekening met haar leeftijd en verslechterende geestelijke en lichamelijke gezondheid en sprak over het ‘ontluisterende einde’ van haar loopbaan.
De rechtbank oordeelde dat Weski deel uitmaakte van de criminele organisatie rond Ridouan Taghi en vanuit de extra beveiligde inrichting in Vught informatie van haar cliënt zou hebben doorgegeven, waardoor de drugs- en witwaspraktijken konden doorgaan. Haar raadsman Geert-Jan Knoops vond aanvankelijk hoger beroep aannemelijk en stelde dat het vonnis op fundamentele punten juridisch gebrekkig is. Na overleg heeft Weski er echter voor gekozen het proces niet te verlengen en zich op andere wegen naar recht en persoonlijke herstel te richten.
Het OM is teleurgesteld omdat de geëiste 4,5 jaar gevangenisstraf niet is toegekend, maar erkent dat het vonnis harde kritiek op Weski bevat en daarmee een norm stelt over de grenzen van advocaat-cliëntverkeer. Omdat de verdediging afziet van appelleer, is het vonnis onherroepelijk en draagt dat gewicht bij de afweging van het OM. Tijdens het proces sprak Weski niet inhoudelijk over de aantijgingen uit hoofde van het beroepsgeheim; haar slotwoord was emotioneel en verwees, aan de hand van schilderijen van Goya, naar wat zij noemde het stilvallen van waarheidsvinding in de rechtsstaat.