Niks is te gek in de kappersstoel van Lydia (58) op de universiteit: 'Mannen vertellen alles'
In dit artikel:
Lydia (58) runt al dertig jaar de kapperszaak op de campus van de Erasmus Universiteit in Rotterdam; in januari vierde ze het jubileum. Voor slechts zo’n 18 euro knipt ze studenten op de klassieke manier met kam en schaar en beheert ze de zaak helemaal alleen. Haar klantenbestand loopt van schaartrekkende studenten en schuchtere eerstejaars tot hoogleraren, bestuursleden en schoonmakers — iedereen vindt zijn weg naar haar stoel. "Ik weet en onthoud alles," zegt ze over de vele levensverhalen die daar gedeeld worden.
Haar kappersstoel functioneert al lang niet meer alleen als plek voor een nieuw kapsel, maar ook als informele spreekkamer. Studenten komen met afstudeerstress, persoonlijke zorgen en soms ernstige gebeurtenissen; docenten zoeken een luisterend oor. Mannen blijken vaak uitgebreid te praten, en Lydia fungeert geregeld als tussenpersoon: ze haalde eens op subtiele wijze een kritische tweede lezer van een scriptie aan tot meer menselijkheid, waarna die lector zijn houding aanpaste. Zulke gesprekken raken haar soms diep — ze nam bijvoorbeeld mee wat een inheems-Amerikaans meisje haar vertelde over familierelaties en plotselinge verhuizingen.
De zaak heeft een lange geschiedenis. Er stond al een kapper in het Tinbergen-gebouw sinds 1996; Lydia verhuisde voor het werk naar Rotterdam in 1999 en voelde zich vanaf het begin verbonden met de campusdynamiek. In 2004 werd ze door een buikvliesontsteking maandenlang uitgeschakeld; bij terugkeer bood de eigenaar haar de zaak te koop aan. Zonder eigen kapitaal ontstond een bijna miraculeuze oplossing: een econometriestudent maakte een businessplan en via een bemiddelende klant kreeg ze een vrijwel renteloze lening van Hans Horsting van Stichting Ondernemersbelang Rotterdam, waardoor ze de zaak kon overnemen.
Ook de coronapandemie trof haar hard: 26 weken sluiting, terwijl de huur — één van de hoogste plekken in Rotterdam — doorliep (ruim 22.000 euro per jaar). Ze kreeg slechts 4.000 euro steun; in totaal koste de sluiting haar ongeveer 52.000 euro, deels betaald uit spaargeld. Toch blijft ze veerkrachtig en optimistisch: ze kijkt vooruit en houdt vast aan wat wél mogelijk is. Ondanks de tegenslagen geniet ze nog altijd van het vak en van de bijzondere rol die haar stoel op de universiteit vervult.