Tolboetes vernietigd: ministerie kan betalingsherinneringen niet bewijzen
In dit artikel:
Een rit van 1,51 euro over de Blankenburgverbinding kan voor automobilisten uitmonden in een boete van 36,51 euro, maar de rechtbank Rotterdam heeft nu dertien van de achttien aangevochten tolboetes teruggedraaid. De rechter oordeelt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in veel zaken niet kan aantonen dat bestuurders eerst een verplichte betalingsherinnering hebben gekregen, terwijl die stap wel nodig is vóór er een boete mag volgen.
De zaak draait om de nieuwe elektronische tolheffing op de A24, de eerste Nederlandse snelweg waar volledig digitaal tol wordt betaald. Weggebruikers kunnen de tol betalen vanaf zeven dagen vóór tot 72 uur na de rit. Wie dat niet doet, hoort eerst een herinnering te ontvangen en kan pas daarna een bestuurlijke boete krijgen. Juist daar liep het volgens de rechtbank mis: het ministerie kon vooral een voorbeeldbrief en algemene verzendinformatie tonen, maar niet bewijzen dat de echte herinneringen daadwerkelijk waren verstuurd, naar welk adres en met welke inhoud.
De rechtbank vindt wel dat automobilisten zelf verantwoordelijk blijven voor het op tijd betalen van tol, ook als een automatische betaalservice niet goed werkt. Toch kregen enkele bestuurders te veel boetes, bijvoorbeeld toen één administratieve fout leidde tot meerdere onbetaalde ritten. In zulke gevallen had één sanctie volgens de rechter voldoende kunnen zijn.
Vijf boetes blijven in stand, onder meer omdat bestuurders betaalden met een verkeerd kenmerk of dachten nog tegoed te hebben. De uitspraken moeten duidelijk maken dat de overheid de procedure netjes moet kunnen bewijzen, terwijl automobilisten de tol zelf wel gewoon moeten blijven voldoen. De kwestie past in de bredere kritiek op het tolsysteem: ook de Nationale ombudsman wees al op veel klachten en pleitte voor een gratis herinnering.
Het Oranje Café: Marcel van Roosmalen geeft mening over harde vragen Valentijn Driessen aan Ronald Koeman