Tom (58) is een furry en koos een paard als karakter: 'Ik kon wel wat spanning gebruiken'
In dit artikel:
Tom Geller (58) uit Rotterdam is al bijna dertig jaar actief binnen de furry‑community, een internationale subcultuur rond antropomorfe dierpersonages. Zijn eerste contact ontstond toen hij op zijn dertigste een krantenartikel las en naar een wekelijkse bijeenkomst in een café in San Francisco ging; sindsdien hoort hij erbij en vindt hij vooral: “Mij brengt deze groep gemeenschapszin.”
Wat furries precies doen verschilt: sommigen dragen uitgebreide dierenkostuums (fursuits), anderen tekenen, schrijven of participeren online. Tom ziet de gemeenschap vooral als een makerscollectief: elk fursuit is uniek en veel energie gaat naar creatie en kunst. Wereldwijd zouden er ongeveer 1 miljoen furries zijn, in Nederland naar schatting zo’n 20.000. De meeste leden dragen echter nooit een volledig kostuum — Tom noemt een cijfer van zo’n 85 procent — en veel activiteiten zijn níet seksueel van aard, zoals furwalks en feesten.
Tom vestigde zich in 2016 in Rotterdam en is daar een prominente organisator: hij richtte de clubavond Otterdance op en is medeoprichter van Stichting Otterdam, waarmee hij onder meer het Furry Arts Festival 2024 in het Nieuwe Instituut organiseerde. Financieel is de subcultuur kleinschalig en vrijwillig: festivals en bijeenkomsten draaien vaak op inzet van leden; commerciële inkomsten zijn beperkt, al bestaan er gespecialiseerde fursuitmakers die er een inkomen mee kunnen verdienen. Een volledig pak kan snel rond de €8.000 kosten; alleen een hoofd kost vaak €1.500–€2.000.
Demografisch is de groep volgens Tom grotendeels mannelijk en zijn queeridentiteiten oververtegenwoordigd, wat hij verklaart doordat veel furries met lichaam, identiteit en self‑exploratie bezig zijn. Vooroordelen — vooral over seksualiteit — bestaan, maar Tom benadrukt dat de gemeenschap heterogeen is en dat veel leden juist vriendschap, creativiteit en zelfonderzoek zoeken. Zijn eigen alter ego, fursona Jack Newhorse, beïnvloedt zijn leven vooral als persoonlijk symbool; het dragen van een fursuit heeft hij zelf nooit nodig gehad om erbij te horen.