Treinreiziger Dick (31) steekt hand graag in eigen onderbroek: 'Misschien door de wiet'

zaterdag, 18 april 2026 (10:51) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Op 14 januari 2026 werd een 31‑jarige man, in het artikel onder de schuilnaam Dick genoemd, opgepakt nadat een reizigster hem op station Rotterdam Blaak betrapte terwijl hij zichzelf masturbeerde in de trein. De conducteur trof hem later aan op het toilet; hij zat drie dagen vast en moest die ochtend in de Haagse politierechter verschijnen. De naam in de berichtgeving is gefingeerd.

Tijdens de zitting kwam naar voren dat dit niet een geïsoleerd incident was. De rechter nam eerdere meldingen mee: vergelijkbare handelingen zouden eveneens in september en november 2025 hebben plaatsgevonden, onder meer in een trein tussen Rotterdam en Dordrecht en op de intercity Amsterdam–Vlissingen ter hoogte van Delft. Meerdere vrouwelijke getuigen maakten foto’s of filmpjes. In verhoor heeft de verdachte delen van zijn gedrag toegegeven; hij verklaarde pornografie op zijn telefoon te hebben bekeken en cannabis te gebruiken, wat volgens hem het gedrag kan verklaren. Tegelijk ontkende hij sommige details en minimaliseerde hij zijn handelen.

De verdediging schetste een kwetsbare achtergrond: Dick staat op een adres in Vlaardingen ingeschreven maar is in feite dakloos, werkloos, schuldenpatiënt en worstelt met wietverslaving. Advocaat Peters benadrukte zijn wens voor huisvesting, werk en begeleiding. De reclassering beoordeelde de kans op herhaling als groot; de man had eerder al een voorwaardelijke straf gekregen voor onzedelijk gedrag.

Het openbaar ministerie pleitte voor behandeling en begeleiding gekoppeld aan een stok achter de deur: twee maanden voorwaardelijke celstraf en toezicht op middelengebruik. Advocaat Peters vond hulp zinvoller dan louter straffen en ging akkoord met de voorwaardelijke eis, maar wilde een lagere maatregel.

De rechter oordeelde anders dan het OM en veroordeelde Dick tot drie weken gevangenisstraf. Naast de vrijheidsbeneming moet hij zich laten begeleiden door de reclassering en aan zijn overmatig cannabisgebruik werken. Een schadevergoeding van 300 euro die een van de slachtoffers eiste wegens vermeende angst om nog met de trein te reizen, wees de rechter af omdat die vordering onvoldoende onderbouwd was met bijvoorbeeld medische stukken.

De zaak illustreert de spanning tussen straf en zorg: slachtoffers benadrukten het beangstigende karakter van de incidenten en roepen om bescherming in het openbaar, terwijl hulpinstanties en de verdediging vooral wijzen op begeleiding en behandeling van onderliggende problemen als middel om herhaling te voorkomen.